Overweging 12 juni 2016 Leo Nederstigt

Lezingen: 2 Sam. 12, 7-1-.13 en Luc. 7,36-8,3

 

Zusters en broeders,

 

Net als het leven zelf zitten de lezingen van vandaag vol verschillende mensen. De eerste over wie we hoorden is David. Hij heeft een belangrijke functie. Hij is een koning van wie verondersteld wordt, dat hij fatsoenlijk en netjes leeft. Zo gaat dat niet met hem. Hij wordt verliefd op een vrouw, die al getrouwd is. Het lukt hem om die vrouw in te palmen. Zij raakt daardoor in verwachting. Dat mag niet bekend worden. Als dat wel gebeurt, zal ze gestenigd worden en wat betekent dat niet voor de koning? Hij krijgt het voor elkaar om Uria, die in het leger zit en haar man is, op een kwetsbare plek in het leger te zetten. Hij komt om en David lijkt van zijn schuld gevrijwaard. De profeet Nathan maakt het hem nog eens duidelijk, hoe hij bezig is.  David ziet het werkelijk in. Hij accepteert zijn fouten en heeft diepe spijt.

 

In de Evangelielezing komen we een Farizeeër tegen. Ongetwijfeld wil hij wat pittige gesprekken met Jezus voeren. Hij nodigt hem uit voor de maaltijd. Zonder dat ze uitgenodigd is, komt er een vrouw binnen. Wat ze achter de rug heeft, kunnen we wel raden maar wordt nergens vermeld. Ze komt met kostbaar reukwerk naar binnen. Ze toont haar grote dankbaarheid aan de Heer. Blijkbaar zijn haar zonden vergeven. Ze wast zijn voeten met haar tranen en droogt ze met haar haren af. En dan zalft zij zijn voeten met dat kostbare reukwerk. Jezus begrijpt die vrouw. Haar dankbaarheid is enorm groot. Blijkbaar heeft ze heel wat achter de rug.

De slotregels laten zien, wie Jezus vergezellen. Een aantal mensen wil in de buurt van Jezus blijven. Dat zijn de leerlingen. Dat zijn ook een aantal vrouwen, die blijkbaar veel aan Jezus te danken hebben.

 

En dan is er nog die Farizeeër, die netjes en geëerd is. Hij voelt zich wellicht thuis bij Jezus maar niet bij al die mensen die om hem heen zijn.

 

Wat gebeurt er met David? Hij heeft begrepen dat hij straf verdient. Hij heeft niet alleen overspel gepleegd. Hij heeft ook de dood van een goede militair op zijn geweten. Legt hij zijn ambt neer? Gaat hij over tot een openbare schuldbelijdenis? Nee, dat doet hij niet. Hij legt zijn verantwoordelijkheid niet neer. Hij wordt niet in het openbaar gestraft. Maar hij voelt zijn eigen tekorten. Hij voelt hoe hij fouten heeft gemaakt. En vervolgt zijn taak en zijn ambt, maar niet om extra eer te verwerven. Hij weet, wie hij is en legt alle arrogantie neer. In grote toewijding en diepe afhankelijkheid van Hem, die hem vergeven heeft, gaat hij door met zijn leven en met zijn opdracht.

 

De vrouw uit het Evangelie heeft vast heel wat achter de rug. Zij is een bekende zondares.  Maar diep van binnen weet ze dat haar zonden vergeven zij. Door een spectaculair gebaar, laat ze haar diepe dankbaarheid zien. En vervolgens zal zij wel één van de vrouwen zijn, die zich in het gezelschap van Jezus blijft ophouden en hem alle toewijding en zorg verleent.

 

Met de Farizeeër gebeurt eigenlijk niets. Is hij zonder fouten? Hij is zich er eigenlijk niet van bewust. Maar hij zal niet enkel als een saai mens door het leven gaan, maar ook als iemand met arrogantie en eigendunk.

 

Wie zijn wij? Laten we eerlijk zijn. Noch pastores, noch parochianen zijn zonder fouten. We weten allemaal, wie we zijn en wat we achter de rug hebben. We weten goed bij elkaar aan te wijzen, wat er mis is. Soms zijn onze fouten verborgen en zijn we ons er nauwelijks van bewust. Soms doen we anderen verdriet aan, zonder dat te voelen of te beseffen. Volmaakt is niemand onder ons.

 

Het is niet zonder waarde om onszelf te kennen. Het is waardevol om ons eigen verleden en de fouten, die daarin gemaakt zijn, onder ogen te zien. Dat is waardevol, omdat we daardoor iets wegdoen van die nette Farizeeër. Het is waardevol, omdat we een eigen verantwoordelijkheid hebben, waaraan we ons niet zomaar kunnen of willen onttrekken. Het besef van onze tekorten maakt ons menselijk. Dat zet ons met beide voeten op de grond. Dat verheft onszelf niet boven een ander. Zoiets komen we tegen bij David.

 

Als je beseft waar het bij jou aan ontbreekt, dan kan ineens of gaandeweg het diepe besef doordringen, dat jouw schuld of jouw bagage je leven niet zwaarder hoeft te maken, dan je denkt. Ik bedoel, dat je net als die vrouw, door het leven kan of mag gaan als een dankbaar mens.  Je mag dankbaar zijn om het leven zelf. Je mag dankbaar zijn om alles wat je hebt gekregen. Je mag er ook dankbaar om zijn, dat jouw zonden of jouw schuld je leven niet kapot maakt. Je kan vergeven worden.

 

Dat is, wat we ook in onze kerk mogen beleven en vieren. We hebben geprobeerd het goede te doen. We hebben fouten gemaakt en anderen pijn gedaan.  Dat is erg en dat is jammer, maar we mogen met vertrouwen doorleven.  Dat hoop ik ook voor ons eigen leven, maar ook voor onze parochie. We staan in een geschiedenis, waarin donkere kanten zichtbaar zijn geworden. We staan ook in een geschiedenis, waarin we worden opgeroepen en uitgedaagd elkaar te vergeven of minstens open te staan voor de vergeving van Hem, die ons het leven mogelijk heeft gemaakt en ons uitdaagt het goede te doen en in vrede en vertrouwen te leven.