Overweging 2 juli 2017 – Ari van Buuren

Lezingen: II Koningen 4,8-11;14-16a en Matteüs 10,37-42

1

“Onze kerk is een huis waar de deur openstaat voor zoekers en zieners, voor zangers en zeggers!” Zo begon het Openingslied van de LWM. Hoort u de vier ‘z-woorden’:  zoekers, zieners, zangers en zeggers? Wie bent ù? Een ziener of zegger? Een zoeker of zanger?

Het Openingslied vervolgt dat hier een gemeenschap be-staat èn “een beweging ont-staat die gaat stromen; die nooit meer, door niemand zich inperken laat…”

 

Echter:  in de Voorbereidingsgroep (met Kees Disch, Ellie Togni, Marijke en Pieter van Haaren) schrokken we van de Evangelielezing. Vooral van de eerste drie verzen (37-39)!

‘Dit kan toch niet waar zijn?’ vroegen we ons af. ’Je zal toch gelukkig zijn met je ouders of kinderen. Je zult je leven op orde hebben…’ Maar dan zegt Jezus: “Nee, als je meer van je kinderen of ouders houdt dan van mij – dan ben je mij niet waard”. En hij vervolgt: “Neem je kruis op en volg mij! Als je je leven onder controle hebt dan zul je verliezen. Maar als je om mij je leven verliest dàn zul je pas je leven vinden…”

‘Wat bedòelt Jezus in Gods-naam?’ vroegen we ons af. Zijn je ouders of kinderen dan van minder waarde? Het klinkt allemaal wel heel erg radicaal. Moet je dan wie je lief zijn minder belangrijk vinden??

Dàt kan Jezus toch zeker niet menen?! Nee, dit lijkt de omgekeerde wereld, paradoxaal!

 

2

Straks kom ik erop terug. Eerst wil ik namelijk iets anders gezegd hebben! Wat Jezus hier zegt biedt òòk een positief perspectief! Het motiveerde de eeuwen door ontelbaar vele mensen om – ongehuwd – voor zichzèlf af te zien van een leven van liefde en geborgenheid.

Van ‘onze’ 19 Martelaren van Gorcum uit de 16de eeuw waren er 15 monnik. Monniken en  nonnen, paters en missionarissen kozen er radicaal voor om zich helemaal aan God en de mensen toe te wijden. Kloosterlingen kiezen voor meditatie èn actie. ‘Ora et labora’, bid èn werk: het één niet zonder het ander – dat is sinds de 6de eeuw het devies der Benedictijnen. De Benedictijner pater Anselm Grün inspireert met zijn fijnzinnige spirituele boeken en ook met leiderschapstrainingen thans vele mensen.

 

3

Overigens weet ik nog hoe, ik als 8-jarig  protestants jongetje in een katholiek ziekenhuis te Oudewater lag. Nonnen in ruisende gewaden liepen af en aan. Na m’n neusoperatie dacht ik dat ik in de hemel was: ik rook wierook en hoorde wonderschoon Gregoriaans…

 

Monastieke roepingen nemen intussen af. Tegelijk bezoeken meer mensen dan ooit kloosters. Zelf ga ik 2x per jaar naar het klooster Chevetogne om retraites te begeleiden; sommigen van u zijn mee geweest. Zelf zou ik best monnik willen worden, maar dan een soort parttime-monnik. Wie van u nog meer?…

Van monniken als Anselm Grün en Herman Andriessen leerde ik dat het Jezus niet gaat om strenge regels, maar om: Levenskunst!  Laten we zohet zondagsevangelie ‘s opnieuw bezien.

 

4

Jezus vraagt echt niet om onze ouders of kinderen af te zweren. Hij zegt ons ons kruis op te nemen en hem te volgen. Hij daagt ons uit tot levenskunst: wat is het zwaartepunt, de inspiratiebron van ons leven? Dàt is de meer-waarde van het volgen van Jezus.

Christus vraagt ons om onszelf niet zo serieus te nemen. Durf je leven af en toe te verliezen. Wees niet alleen uit op je eigen voordeel: dat kun je verspelen. Wil niet alles veroveren in het leven: je zou wel ’s met lege handen kunnen komen te staan. Zie het leven niet als een buit: het leven is een genade, een geschenk van God.

Dit is volgens mij, in enkele andere woorden, wat Jezus bedoelt. In geloof en overgave stijg je soms bijna boven jezelf uit. Het zondagsevangelie roept ons op om niet sàmen te vallen met: onze ouders of kinderen. Evenmin vallen we samen met wat we bezitten. Gebondenheid werkt belemmerend. We zijn méér, het gaat om méér! Zelfs in de liefde claimen we elkaar soms, we stellen voorwaarden, beknotten elkaar.

‘Durven we zulk gedrag los te laten?’ lijkt mij de vraag, die Jezus stelt. Durven we flexibel te zijn? Durven we met een open mind elkaar aan te zien op de wijsheid en vergeving van Christus, die in elk van ons aanwezig kan zijn? Ja – dit is echt de omgekeerde wereld!

 

5

Als mensen in oorlogen of dictaturen martelaren worden stijgen ze soms tot ongelofelijke hoogten. Dat kùnnen we inmiddels weten van de Martelaren van Gorcum, van Dietrich Bonhoeffer of Etty Hillesum.

Ooit – ik was 26 jaar – las ik over de vondst in een Duits concentratiekamp van een gebed op een vodje gescheurd pakpapier. Tot op vandaag ben ik erdoor geraakt. Dit gebed moet een onbekende Jood geschreven hebben. Mijn wens is dat zo’n groothartig gebed maatstaf wordt voor onze omgang met elkaar.

“O Heer, als ik in de glorie van Uw koninkrijk zal komen, gedenk dan ook de mensen van kwade wil. En stel tegenover hun wreedheid de vruchten die wij mochten dragen onder druk en pijn: kameraadschap, moed, ruimhartigheid, nederigheid. Zij werden deel van ons leven, omdàt wij onder hun handen leden. Moge alles wat wij geleden hebben voor U aanvaardbaar zijn als losprijs voor hun ziel.”

 

6

In de laatste drie verzen (40-42) van de Evangelielezing stelt Jezus gelukkig geen hoge eisen. “Neem elkaar op! Als je dat doet neem je mij op, zegt hij. Dit alles beloont zichzelf.”

Dacht Jezus soms aan de profeet Elisa (over wie we vandaag een leuk verhaal hoorden) als hij oproept tot gastvrijheid voor profeten? “Ontvang ook deugdzame, beter vertaald: rechtvaardige mensen.”

Gaat het vooral om grootse dingen? Welnee! Tenslotte zegt Jezus:  “Wie maar een bekertje lekker koel water aan een klein mens in nood geeft – die zal belòònd worden!”

Dit is allemaal levenskunst! Het slaat op onszelf terug. Samen worden we een Gezin van God. Het bevrijdt ons van ons ego. Het verwarmt en verlicht ons. We zetten het leven, we zetten andere mensen niet meer naar onze hand.

 

7

Christus verandert ons! Dat mogen we vieren als we de Communie ontvangen. Augustinus zei eens: “Als je mij eet, zul je Mij niet in jou omzetten maar je zult in Mij worden omgezet.”

Deze transformatie is en blijft een wonder!  Dit leren ons ook die onbekende Jood of de Martelaren van Gorcum, wier Jubileum wij zondag 9 juli vieren.

Daarom zingt de LWM nu: “Wie wil geven wat hij heeft, die zal leven, opgegeten, die zal weten dat hij leeft…”

Lof zij U, Christus, in eeuwigheid. Amen