Overweging 21 juli – Frans Woortmeijer

Genesis XVIII 1-10a en Lucas X 38-42

Beste Parochianen,

 

  1. Misschien een rare vraag: heeft u God wel eens ontmoet? Heeft ie wel eens bij u op de stoep gestaan en heeft u hem toen binnengelaten? Ja, een rare vraag: God bij je aan de deur, dat gebeurt toch niet. Maar in de eerste lezing komt God wel bij Abraham op bezoek. Abraham zit lekker lui voor zijn tent. Het is het warmst van de dag en hij is misschien een beetje ingedommeld. Daar lijkt het wel op, want als hij opkijkt, misschien schrikt ie wel wakker, ziet ie drie mannen staan. Vreemdelingen. Ergens naar toe op weg. Zoals later zal blijken, naar Sodom en Gomorra.
  2. Abraham springt op en gaat snel naar ze toe, verwelkomt ze. Het hoort bij de oosterse gastvrijheid dat je vreemdelingen binnen noodt, met egards ontvangt. “Wees zo welwillend Heren, uw dienaar niet voorbij te gaan”. Uw dienaar….? terwijl Abraham in zijn omgeving een rijke grond- en veebezitter is. Niet zo maar de eerste de beste.
  3. Er zit achter deze uitnodiging dus meer. Er zit een omgekeerd idee van gastvrijheid achter in vergelijking met hoe wij dat zien. Wij zien gastvrijheid als een gunst. Ik hoef het eigenlijk niet te doen en ik verwacht toch wel een dank je wel van degene die ik gastvrijheid verleen. Maar in het oosten is dat dus anders: jij, als gastheer moet dankjewel zeggen. Bedankt dat je mijn gast wil zijn; het is voor mij een eer dat die ander mijn gast wil zijn.
  4. Abraham zet Sara, zijn dienaren en zichzelf aan het werk. Hij vraagt om drie schepels meel. Weet u hoeveel drie schepel meel is? Ik wist het niet, maar ik heb het opgezocht. Het is bijna 40 liter in ons huidige maatstelsel en daar bak je heel wat broden van! En dan kwam er ook nog een heel kalf!
  5. Dat is nog eens gastvrijheid, een heel andere gastvrijheid dan die van ons. Maar in die Bijbelse tijd was gastvrijheid een erezaak. Een ander heeft recht op gastvrijheid. Het is een gunst van de ander aan jou als jij gastvrijheid mag bewijzen. In Griekenland, in de zuidelijke delen van het vroegere Joegoslavië en Turkije, in Indonesië is dat nog zo, tot op de dag van vandaag. En dat is een heel Bijbelse gedachte!
  6. En met deze Bijbelse gedachte over gastvrijheid in het achterhoofd gaan we kijken naar de tweede lezing over Marta en Maria, die Jezus ontvangen in hun huis.
  7. Deze gebeurtenis vindt plaats vlak nadat Jezus een Schriftgeleerde het verhaal van de barmhartige Samaritaan heeft voorgehouden. Na een drukke reis, op weg naar Jeruzalem vindt Jezus even rust in het huis van twee vrouwen. Marta gaat, net als Abraham in de eerste lezing, meteen aan het werk om het Jezus, en – hoewel het niet in het verhaal staat, waarschijnlijk ook een grote schare volgelingen van Jezus – naar de zin te maken. Eten koken, stoelen en rustbanken neerzetten, water en wijn inschenken en wat er allemaal nog meer komt kijken bij oosterse gastvrijheid.
  8. Haar zuster Maria gaat echter gezellig bij Jezus zitten, praat met hem en luistert naar wat hij te zeggen, te leren en te vertellen heeft. Zij hangt aan zijn lippen en doet verder niks in het huishouden. Dat werkt op een gegeven moment op de zenuwen van Marta. Ze kan zich niet meer beheersen en beklaagt zich bij Jezus. “Kan die zus van mij ook niet eens wat doen, in plaats van alleen maar lekker naar jou zitten te luisteren?”
  9. En dan gebeurt er iets vreemds. Je zou verwachten dat Jezus het met Marta eens zou zijn en Maria zou aansporen ook even haar handen te laten wapperen. Maar nee, – een beetje verwijtend lijkt het wel,   – zegt hij: ” Marta, Marta!”
  10. Maar is het een verwijt? Als iemand in de Bijbel twee keer bij zijn naam wordt genoemd, is dat altijd een moment van roeping. Abraham, Abraham, klinkt het in Genesis, Mozes, Mozes, in Exodus. Marta, Marta, hier in de lezing van vandaag. Kom naar buiten, kom uit je drukke gedoetje. Je maakt je er zo druk over, maar er is meer. Het is belangrijk, al dat werken dat je doet, maar er is meer. Denk niet alleen aan je werk, hoe belangrijk dat ook moge zijn, maar zie ook de mooie dingen achter je werk. Geniet er van. Laat je werk een bron van je passie zijn en geen wedstrijd. Maria neemt de tijd om naar Jezus te luisteren, want er is nog maar zo kort tijd. Hij is op weg naar Jeruzalem, waar hij zal sterven. Wat is dan belangrijker: nog even genieten, nog even leren zolang het nog kan, of tafel dekken, drankjes halen en eten klaar maken, hoe goed bedoeld ook?
  11. Jezus’ opmerking is dus geen verwijt maar een aansporing om de juiste keuze te maken. Wat is op dit moment het belangrijkst?
  12. Uit de lezingen van vandaag kunnen we twee lessen leren. Ten eerste, dat gastvrijheid meer is dan plichtmatig één koekje bij de thee serveren en verwachten dat iemand daarna weer vertrekt. Nee, gastvrijheid in bijbelse termen is een erezaak. De vreemdeling, de weduwe, de wees, de vluchteling, kortom, de zwakkere in welk opzicht ook, heeft recht op onze bescherming.
  13. De heilige Benedictus, die voor veel kloosterordes zijn regel schreef, zegt het duidelijk: Alle
    gasten die aankomen, moeten worden ontvangen als Christus zelf, want Hij zal
    eens zeggen: Ik kwam als gast en gij hebt Mij opgenomen”. In dit 53e hoofdstuk van Benedictus’ Regel blijkt weer eens hoezeer monniken zich verre houden van  ‘wereldse’ wijze van denken en handelen. Want als mensen in de wereld wel eens zeggen dat ‘de klant koning is’, dan gaan monniken daar ver overheen: zij zeggen dat ‘de gast Christus is’.
  14. Ten tweede dat we ons altijd moeten afvragen wat op een bepaald moment het belangrijkst is. En dan kan wel eens blijken dat de zeer belangrijke oosterse, Bijbelse gastvrijheid op een bepaald moment minder belangrijk is dan iets anders. Vertaald naar onze tijd zou je kunnen zeggen: diaconie is belangrijk, het helpen van vluchtelingen en asielzoekers is heel belangrijk, geld inzamelen voor de kinderen van Bukra Ahla, het project dat door Ari van Buuren omarmd is, is heel erg belangrijk. Maar doe deze dingen niet zo maar. Bedenk ook, waarom je het doet. Waarom zijn die vluchtelingen belangrijk, waarom is Bukrah Aha belangrijk? En als je dan even stilstaat bij de door mij aangehaalde regel van Benedictus: dat ‘de gast Christus is’, is dat misschien al het begin van een antwoord.
  15. De les dus, die ik trek uit de evangelielezing, is, dat je voor je je beste beentje voorzet om een ander te helpen, om een ander recht te doen, je ook moet nadenken over het waarom. Waarom doe ik het, waarom is het belangrijk om die ander te helpen. Het moet geen plichtpleging zijn, omdat het zo hoort, of omdat je nu eenmaal zo opgevoed bent, nee, de hulp moet uit je ziel komen, de gastvrijheid moet met volle overtuiging gegeven worden.
  16. Maar er valt misschien nog wel veel meer over deze Lucas lezing na te denken, te overpeinzen. Laat een uitdaging zijn, om daar de komende week nog eens zelf goed over na te denken.