Overweging 28 april – Frank de Haas

Handelingen 5, 12-16; Johannes 20, 19-31
Beste medeparochianen,
1.
In de eerste lezing van vandaag lezen we hoe de apostelen in
eensgezindheid bijeen zijn. De beweging van aanhangers van de Heer
wordt steeds groter. Het is het begin van de Kerk, zoals die nu meer dan
20 eeuwen later nog steeds bestaat. De apostelen zetten het werk van
Jezus voort. Ze genezen mensen zoals Jezus dat vóór hen gedaan had.
Petrus heeft hier een centrale rol in. Hoe bijzonder: men hoopte voor de
zieken dat, zoals er in vers 15 letterlijk staat: ‘als Petrus voorbijging
tenminste zijn schaduw op een van hen zou vallen’.
2.
De evangelielezing bevat het bekende verhaal over de ‘ongelovige Tomas’.
Jezus komt weer in het midden van zijn leerlingen en begroet hen tot
tweemaal toe op een wijze die toen gebruikelijk was: ‘Vrede zij u’. We
lezen over de vreugde van de apostelen over het weerzien met Jezus. Zij
ontvangen de heilige Geest. Tomas is er niet bij. Kort daarna was er een
nieuwe bijeenkomst, nu wel in aanwezigheid van Tomas. Weer is er die
begroeting: ‘Vrede zij u’. Tomas mag dan de wonden van Jezus voelen. Dan
pas gelooft hij. En Jezus houdt hem in vers 29 voor: ‘Omdat ge Mij gezien
hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben’. De lezing
wordt in vers 31 afgesloten met een beloftevolle uitspraak: …’en opdat gij
door te geloven leven moogt in zijn Naam’.
3.
Wat meer over de eerste lezing. Wat moet het een bijzondere tijd zijn
geweest toen de apostelen, zo kort na de dood en de verrijzenis van Jezus,
in Zijn naam predikten en goede daden verrichten. Het lijkt een nog min of
meer ideale situatie. Men is eensgezind. En de aantrekkingskracht is groot.
Vele mensen sluiten zich aan. De apostelen blijven wonderen doen met de
genezing van zieken. We zien dat de kracht van Jezus blijft werken in Zijn
leerlingen.
4.
Nog iets meer over de evangelielezing. Jezus verschijnt tot twee keer toe
op de eerste dag van de week. Die eerste dag, de zondag, is in de jonge
kerk de Dag waarop de verrijzenis herdacht wordt. En op deze dag wordt
opnieuw het brood gebroken en de wijn gedronken, zoals dat voor het
eerst gebeurde aan de vooravond van Jezus’ lijden. Door Jezus’ wonden
denken we terug aan Zijn lijden. Hij leed en stierf voor ons. Jezus’ liefde
ging tot het uiterste. Tomas gelooft niet dat zijn medeleerlingen de Heer
hebben gezien. Hij wil daar tastbare bewijzen voor hebben. Toen hij Jezus’
wonden had gezien en bevoeld, ja toen was alle twijfel bij hem weg. ‘Mijn
Heer en mijn God’ roept hij uit. Je kunt dit zien als een geloofsbelijdenis,
een zeer krachtige geloofsbelijdenis. Maar hij geloofde dus niet zomaar,
niet onvoorwaardelijk. Wat de vraag oproept: hoe is het met ons geloof
gesteld?
5.
‘Kom, adem ons open’. Dat heeft Jezus met zijn leven en zijn dood voor
ons gedaan. Door Zijn dood is Hij de hoeksteen van ons geloof geworden.
Degenen die dat het eerst voelden en ervoeren, waren de vrouwen die als
eersten bij het graf van Jezus kwamen. Dit is een krachtig beeld: Jezus die
vernederd werd, werd verheven en werd tot hoeksteen. Het kan ook ons in
ons leven overkomen: dat we na grote tegenslagen, vanuit de diepte toch
weer de glans van het leven ervaren.
De ongelovige Tomas – zoals we hem zijn gaan noemen – zag in Jezus’
handen de nagelen door Jezus’ kruisiging. Maar ook liet Jezus ons met die
handen het teken van het brood zien. We kunnen het zo verwoorden: Wie
breekt en deelt moet zelf gebroken worden alvorens te herleven en tot
hoeksteen te worden. In het tafelgebed zingen we straks deze woorden:
‘Die zich gegeven heeft, zich nemen laat, die wordt gebroken, uitgedeeld
van hand tot hand, als brood gegeten’.
6.
Hoe was het in het begin, kort na Jezus’ dood en opstanding? Het moet
voor de leerlingen een onzekere en spannende tijd geweest zijn. Hoe gaan
we verder, met Jezus’ woorden en Zijn daden? We zagen in de lezing dat
de beweging die toen op gang kwam ging groeien. Daar, in Jeruzalem,
begon het in het klein, met veel élan en veelbelovend.
De leerlingen zijn aanvankelijk heel onzeker, ze hebben ook wel het een en
ander meegemaakt. Ze komen bij elkaar, maar ze sluiten zich af, ze doen
de deuren op slot. Er zal angst geweest zijn. Hoe zullen de overheden
reageren in deze nieuwe situatie? Krijgen de leerlingen de ruimte die zij
zoeken? Geeft de geest hen de kracht tegenover macht die onderdrukt en
mensen klein houdt? De onontkoombare kracht die mensen leven laat
vinden. De leerlingen hebben bevestiging nodig. En dat geldt het meest
nadrukkelijk voor Tomas. Misschien niet één op één vergelijkbaar: maar
wij, mensen van nu, christenen / gelovigen van nu, hebben ook nog vaak
die bevestiging nodig. Zoekend en tastend, twijfelend, aarzelend als we
vaak zijn. In ons leven, in ons geloof. Kennen wij nog zekerheden? Dat is,
denk ik, zeer de vraag. Ik las een mooie uitspraak van dominicaan Henk
Jongerius. Hij schreef ooit: ‘Nooit heeft iemand God gezien. Maar als wij
elkaar liefhebben woont God in ons en is Zijn liefde in ons volmaakt
geworden’. Mooi genoeg om deze uitspraak te herhalen:…..