Overweging Ari van Buuren – 11 februari

Ari v. Buuren Hofkerk 11 februari 2018  Lezingen:  Leviticus 13,1-2;45-46 en Marcus 1,40-45

1

Vriend Herman vertelde mij over zijn oude moeder. Haar geest dwaalt al een poosje, ze is dement. Telkens als hij haar bezoekt zegt hij aan het eind: “Mama, wat zal ik de volgende keer voor je meebrengen?” Ditmaal had ze gevraagd om een soft-ijsje. Gretig pakte zij het aan.

Maar opeens – opeens wist zij niet meer hoe ze moest slikken. Het werd een smeerboel, het lukte niet meer. Herman werd er verdrietig van. Maar ook nu vroeg hij: “Mama, wat zal ik de volgende keer meebrengen?” En wat antwoordde ze? Uit de heelheid van haar ziel? “Liefde!”

2

In  de Hof der Verbeelding (onze filmclub elke tweede donderdagavond van de maand) zagen we 8 februari de Japanse film ‘An’. In die film klopt een oude vrouw: Tokue opeens aan bij een klein pannenkoekenzaakje. Zij zegt daar te willen komen werken. Na enig aandringen krijgt ze dat ondanks haar leeftijd gedaan.

En wat blijkt? Met liefde maakt zij ‘an’: verrukkelijke zoete rode bonen-vulling voor de kleine pannenkoekjes. Tussendoor blijkt Tokue zó’n wijze, zachtmoedige vrouw. De snackbar gaat lopen als een tierelier. Totdat…. er verhalen, roddels rondgaan dat Tokue uit een leprakolonie komt. Tokue gaat terug en sterft in vrede.

3

Verhalen, die rondgaan, kunnen je beschadigen of isoleren. Dàt beseft ook Jezus.

Eerst laat hij zich raken door de smekende woorden van de eenzame lijder aan huidvraat: “Als u wilt, Jezus, kunt u mij reinigen….”  Die woorden vinden het hart en de ziel van Jezus.

Andere zieken kunnen gewoon in de samenleving blijven. Maar melaatsen zijn een wandelende bron van infectie. Ze mòeten wel geïsoleerd worden, zoals de Japanse Tokue binnen een leprakolonie. Zij zijn de ‘intouchables’.

Daarvoor had het oude Israël strenge regels, die we kort in de Lezing uit Leviticus 13 hoorden: medische, sociale en religieuze regels.

4

Die regels schuift Jezus opzij. Franciscus in de 13de en Pater Damiaan in de 19de eeuw kregen ook oog voor de melaatsen. Wie helend bezig is representeert Christus!

Het is òngehoord, hoe zachtmoedig Jezus zijn hand uitsteekt en de melaatse aanraakt. Het moet dus ook lètterlijk on-gehoord blijven – anders kan Jezus echt problemen krijgen.

Als hij de melaatse geheeld heeft stuurt hij hem direct weg. Dat doet Jezus niet bepaald vriendelijk. In de Griekse oertekst van Marcus is dit duidelijker dan in onze Willibrordvertaling. Het klinkt ongeveer zo: “Jezus zegt hem de wacht aan: ‘Denk erom dat je hier met geen mens over praat! Scheer je weg! Laat je zien aan de priester en je genezen verklaren.’ ”

Maar ja – de geheelde man kan heel begrijpelijk niet voor zich houden wat hem bij Jezus is overkomen. Hij bazuint het rond! En wat gebeurt?

De ex-melaatse is bevrijd uit z’n isolement. In dàt isolement, in die eenzaamheid komt nu Jezus terecht. Hij kan de stad niet meer in. Wat een rolwisseling in vereenzaming!…

5

Eenzaamheid. Er zijn verschillende soorten eenzaamheid. De evangelist Marcus gebruikt het  Griekse woord ‘erèmos’, waarin het woord ‘woestijn’ doorklinkt. Marie van der Zeyde noemt dat in haar vertaling van het Marcusevangelie een ‘Niemandsland’.

Je kunt ongewild in een soort woestijn- of niemands-land terecht komen. Zoals de Noord-Koreanen onder hun dictatuur. Zoals die zachtmoedige Japanse lepralijdster Tokue. Zoals die smekende Israëlitische melaatse. Of zoals Jezus, die al aanrakend misschien zelf besmettelijk is geworden. Dit is dus ongewild.

6

Het Niemandsland kun je ook zòeken. Dat doet Jezus van tijd tot tijd heel bewust!

Kort vòòr zijn ontmoeting met de melaatse staat Jezus heel vroeg op (1,35). Buiten in de donkere stilte loopt hij door tot een stuk niemandsland; daar gaat hij ongestoord  bidden. Het contact met God is als een bron.

Later brengen zijn leerlingen Jezus verslag uit van hun eerste missiereis-in-eenvoud. Na deze rapportage nodigt Jezus hen uit naar ‘n stuk niemandsland: om even ongestoord onder elkaar te kunnen zijn en tot rust te komen (6,31-32). Zulk contact met elkaar is als een oase.

Laten ook wij door de Geest en Kracht van Christus de ontmoetingen en ritmes in ons leven bewust, bewuster vorm geven. Door elkaar aan te raken. Door met liefde op missie te gaan, zonder ballast of bagage. Door alléén in stilte te bidden. Door gemeenschap met elkaar te zoeken. Door rust te creëren.

7

Nu zou ik al Amen kunnen zeggen. Maar er kan, er moet meer gezegd worden.

Pater Damiaan (1840-1889), die ik eerder noemde, inspireert mij hierbij. Kent u deze heilige nog? Hij werkte op Hawaï. Als de regering van de Hawaï-archipel besluit alle lepralijders te isoleren in een leprakolonie op het eiland Molokai gaat Pater Damiaan erheen om hun alle mogelijke hulp te bieden.

Hij wil daarbij geen risico’s lopen en vermijdt elk fysiek contact met de leprozen. Dan, ergens in 1878 begint hij een preek met twee woorden: “Wij melaatsen…” Dat markeert een keerpunt. Hij heelde hun leven al zoveel mogelijk. Voortaan raakt hij hen aan! Hij gaat hun leven delen: dat is nòg intenser.

Pater Damiaans parochie wordt op een heel diep niveau Lichaam van Christus.

 

Mijn vraag is: kunnen wij, durven wij elkaar en onszelf en de parochie en de wereldkerk ook als ‘melaatsen’ te zien? Spiritueel zogezegd? Vindt u dat een vreemde vraag? Het is misschien wel een lastige, maar uiteindelijk ook een helende vraag.

Ieder van ons heeft in het leven wel enige of meerdere wonden opgelopen.

De Kerk, plaatselijk, nationaal en internationaal heeft averij opgelopen – denken we maar aan het seksuele misbruik. De Kerk als Lichaam van Christus is geschonden.

 

Mag ik nog wat openhartiger zijn?

Onder ons in onze parochie is pijn of zeer, oud zeer. Er zijn kwetsuren. We hebben kwetsingen opgelopen. Maar we hebben zèlf ook anderen – bewust of onbewust, gewild of ongewild – gekwetst, beledigd, beschadigd, bezeerd.

Wat zou ik graag deze spiraal doorbreken. Samen zijn we ziek geworden. Willen we ook samen genezen? Aanraakbaar zijn? Elkaar niet meer ontlopen of afschrijven? Delen = helen…

Laat ieder van ons niet zichzelf zoeken – laten we Christus zoeken. Laten we Hem bidden: “Als U wilt kunt U ons reinigen. Spreek en ik zal, wij zullen gezond worden.”

Ik geloof dat God ons telkens tot een levend Lichaam van Christus wil maken.

 

Jezus moest nadat hij de melaatse had genezen zelf de woestijn in. Dat vertelt ons zondags-evangelie, maar het besluit zo: “Tòch kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe.”

Daarom gaat Meerklank nu zingen: Hé ik vraag je mee, vraag je mee…Bruggen en wegen naar elkaar kunnen wij bouwen.”

Ik wens u een goede pelgrimsreis naar Pasen vanaf de komende Aswoensdag….

+++ Lof zij U Christus in eeuwigheid. Amen +++