Overweging Ari van Buuren – 26 november

Feest Christus Koning 26 november 2017 – Ezechiël 34,11-12;15-17 & Matteüs 25,31-46

 

1

‘Christus-Koning’ is het vandaag, een feest sinds 1925 dankzij paus Pius XI. Nogal groots sprak hij van ‘Onze Heer Jezus: Christus Koning van het Heelal’. Dat is het thema op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar, vlak vòòr Advent. – Christus-Kóning? van het Heelal??

 

2

Wàs ‘t maar waar dat Christus als Zachtmoedige Herder de baas was. Hèm gaat het om solidariteit met: hongerigen, dorstigen, vreemdelingen, naakten, zieken en gevangenen. Deze zes groepen figureren als stille getuigen bij Christus’ laatste oordeel.

De afgelopen dagen zagen we absolute tegenbeelden. Bij het Joegoslaviëtribunaal kreeg de Servische oud-generaal Ratko Mladic woensdag ‘levenslang’ voor genocide, denk aan Screbrenica. Vrijdag was er een IS-aanslag in de Sinaïwoestijn in een soefi-moskee met ruim 300 doden. – Hoezo Christus Kòning???…

 

3

Van een bisschop mag je verwachten dat hij Christus als herder-koning erkent!

We kennen toch die ‘Turkse’ bisschop uit de 3de/4de eeuw? Hij voorkwam dat drie meisjes de prostitutie in moesten. Hij, de bisschop Nicolaas van Myra gooide stiekem gouden munten bij hen naar binnen. Dàt is nog ’s solidariteit! Dààrom strooien we nog steeds rond Sinterklaas met chocolade munten in een gouden jasje. Straks komt de Goed-heiligman hier in de kerk. –

Sinterklaas lijkt me wel een light-soort van ‘Christus-Koning’!

 

4

In Jezus’ Gelijkenis van het Laatste Oordeel vallen alle scheidsmuren tussen mensen weg. Het criterium van ‘Christus-Koning’ is namelijk niet: was je gelovig? Of: was je praktiserend katholiek? De vraag van de Mensenzoon is simpelweg of je goed geleefd en gezorgd hebt. We zijn één Mensenfamilie. Was je solidair? Solidair en barmhartig voor hongerigen, dorstigen, vreemdelingen, naakten, zieken en gevangenen?

In het Egyptische Dodenboek, de Joodse Midrasj, en de Islamitische Hadith vind je soortgelijke verhalen.

 

De Kerk noemt zulk diaconaat de zes Werken van Barmhartigheid.

Een zevende werk van barmhartigheid werd door Paus Innocentius III in 1207 toegevoegd: de doden verzorgen.  Er is trouwens zelfs een Suske & Wiske gewijd aan de werken van barmhartigheid. Dot album nr.79 heet ‘De Zeven Snaren’ (april 1968 verschenen).

 

5

Vandaag kan ik een enkel detail uit de parabel van het laatste oordeel belichten.

De Christus-Koning zegt: “Ik had honger en dorst. Een vreemdeling was ik, en naakt. Ik lag ziek en was gevangen – en je wàs er voor mij!…”

De rechtvaardigen reageren vol verbazing: “Maar wannéér dan toch? God op aarde zìen – dat kan toch niet? Wannéér hebben wij u gezien?” Dan zegt Jezus: “Als je goed hebt gedaan aan één van mijn geringste broeders of zusters, dan heb je dat aan mij gedaan.”

Dit is zó verba­zingwekkend voor de rechtvaardi­gen, dat ze zeggen: “O, ja? Hoe kàn dat nou?”

De andere groep zegt op het eerste gehoor hetzelfde: “Maar Heer, wannéér hebben we u gezien? U bent toch op aarde niet gezien, niet te zien?” Het is echter, alsof die tweede groep mensen zichzelf rechtvaardigt.

Eigenlijk geven deze twee groepen mensen eenzelfde antwoord – in verschillende tóónzetting.

 

Verwondering en verontwaardiging klinken totaal verschillend.

De rechtvaardigen vragen: “Wanneer dan, hoe kàn dat nu? Hoe kunt u ons dáár op aankijken, dat is toch veel te mooi?!” Zíj zijn mensen zonder ego. Die andere mensen rechtváárdigen zichzelf. “Hoe kòmt u erbij? Wanneer konden wij u zien?” Zij zijn verontwaardigd.

Ja, deze gelijkenis brengt het leven voor ons terug tot een kleine menselijke maat.

Zijn we verwonderd? Dan communicéér je tot op de bodem, en vind je licht!

Òf: leven we verontwaardigd en self-centered? Dat kan een verslindend vuur worden. Dan verliezen we bijkans onze waardigheid. Of we beroven anderen er van.

 

6

Kleine kwetsbare mensen zijn onze liefde, onze christelijke, onze goddelijke liefde waard! Hun pijn is onze pijn. Misschien zijn we zelf zo’n kwetsbaar mens, zoals Jezus in zesvoud schetst.  Hein Stufkens schreef eens: “onze pijn is dat deel van ons dat wacht op liefde.”

Het gaat om een geópend verwonderd hart, om barmhartigheid, mededogen. Zo ben je in gezelschap van Christus en leef je uit God. Je leeft met open handen en harten naar elkaar toe.

Mededogen wil zeggen: sámen gedogen, dulden, uithou­den. Het is sámen lijden, dus sámen sterk zijn in zwakheid en moei­lijke tijden.

Dan is Christus al volop aanwezig – of je nu gelovig,  anders-gelovig of ongelovig bent.

Voor wie er zijn oor voor leent: dàt bezingt de LWM als een rode draad in deze Viering.

 

De Eeuwige geeft ons ongelooflijke kansen, als we durven leven in die kleine menselijke maat. Een onzer in de voorbereidingsgroep schreef toen een van haar ouders was overleden op het bedankkaartje: “Het enige belangrijke in het leven is de sporen van liefde die wij nalaten.”

Zo moge het zijn, telkens weer.

 

7

In zulke liefde kan ‘Christus-Koning’ toch een soort feest worden.

Met een open hart komen we terecht in de beweging van passie naar compassie, mededogen.  Die beweging is als van de adem. Zonder dat we het merken gaat de adem ons in en uit, gaat zij door ons heen. Het is de ontfermende beweging van de Heilige Geest.

 

Zag u in het Rijksmuseum wel eens het magnifieke schilderij van de Schilder van Alkmaar uit 1504 met de Werken van Barmhartigheid? Op elk der zeven panelen valt een stil aanwezige Christus te ontwaren.

Zijn koninkrijk staat niet bòven ons. Christus gaat nààst en ìn ons schuil.

We kunnen ter Communie gaan: wij ontvangen Christus, wij worden zijn lichaam…

Amen