Overweging ds D.J.Thijs – 28 januari

Hofkerk, 28 januari 2018; Ds.D.J.(Dirk-Jan) Thijs
Overdenking Zondag van Gebed voor Eenheid ‘Recht door zee’

Exodus 15: 1-6 en 20-21
Romeinen 8: 14-17
Matt.9: 18-19 en 23-26

Het thema ‘Recht door zee’ en de orde van de dienst van vandaag is ons aangereikt door gelovigen op de Cariben. Het Caribisch gebied ligt grofweg ten zuidoosten van Mexico en ten noorden van ZuidAmerika.
Het zijn voornamelijk eilanden waartoe ook de Antillen behoren. De Cariben werden in de
koloniale tijd aangeduid met West-Indië of de West . Dat had te maken met een misverstand van de ontdekkingsreiziger Columbus die dacht dat hij Indië had bereikt. Maar het bleek het Amerikaanse continent te zijn.

De Cariben zijn intens in aanraking geweest met de zwarte periode in de
wereldgeschiedenis van de slavernij. Onnoemelijke aantallen slaven werden vanuit Afrika
aangevoerd, o.a. in de haven van Curaçao om daar verder verhandeld te worden. Tot de landen die daarvoor verantwoordelijk worden gehouden behoort helaas ook Nederland.

‘Recht door zee’ is een uitdrukking in onze taal die staat voor eerlijk, oprecht zijn. Ook wordt de link gelegd met de daden: ‘zonder omwegen handelend’. Ik kan me voorstellen dat deze gelovigen uit de Cariben gekozen hebben voor een thema waarin de woorden ‘recht’ en ‘zee’ voorkomen. De zee : waarvan er veel om hen heen is en die hun veel goeds brengt: handel, visserij, toerisme. Maar die ook een bedreiging kan vormen, want het opwarmende zeewater leidt ook jaarlijks tot een opeenvolging van orkanen, waarvan St. Maarten dit jaar wel in het bijzonder het slachtoffer werd. En dan ‘recht’. Dat is er bepaald niet volop geweest in de geschiedenis. De bewoners van de Cariben worstelen nog steeds met het onrecht dat hen eeuwen geleden is aangedaan. Nog maar enkele jaren
terug (in 2014) hebben de landen in het Caribisch gebied om excuses en herstelbetalingen gevraagd van Europese staten die betrokken waren bij slavernij.

‘Recht door zee’ ; dat is meestal niet de gemakkelijkste weg. Want de zee is gevaarlijk. Kan je niet beter een omweg maken? Of is de zee daar te groot voor? Ik vraag mij af of deze uitdrukking ‘recht door zee’ zijn oorsprong heeft in de Bijbel, net als veel andere gezegden in onze taal. En dan is te denken aan de doortocht van het volk Israël door de Schelfzee, één van de grootste bevrijdingsverhalen uit de geschiedenis. Het volk werd voorgoed bevrijd uit de slavernij van Egypte.
Mozes, de leider van het volk zingt een lied en Mirjam zijn zus, valt in met een refrein: ‘Ik wil zingen voor de HEER, zijn macht en majesteit zijn groot! Paarden en ruiters wierp Hij in de zee’. Het volk wordt in zijn recht gesteld. Slaven zijn niet in staat om voor hun rechten op te komen. En onderdrukkers hebben belang bij de handhaving van de status quo. Daarom duurde het nog weer 30 jaar voor de slavenhandel in Nederland werd afgeschaft na de afschaffing in Engeland. Maar de HEER grijpt in. Zo heeft Mozes dat ervaren. Zo hebben de slaven in Amerika dat ervaren. Ze stelden daarop ook hun vertrouwen, getuige de vele negro spirituals. Terwijl de onderdrukkers in hun verblinding meenden dat God aan hùn kant stond.
Maar paarden en ruiters delven het onderspit. Dat geldt voor de ‘paarden en ruiters’ van alle tijden. Vandaag de dag zijn er naar schatting 46 miljoen mensen in slavernij in deze wereld, een veelvoud van het aantal slaven op de hoogtepunt (of moet ik zeggen: dieptepunt?) van de slavenhandel in de zestiende en zeventiende eeuw. Daaronder zijn ook 10 miljoen kinderen die lange dagen werken voor weinig of vrijwel niets. In steengroeven, in de tapijtfabricage, op cacaoplantages, in de kledingindustrie, noem maar op. En ook vandaag zijn er ‘paarden en ruiters’ : mensen die actief of passief, bewust of onbewust, de bestaande toestand in stand houden. En dan komt automatisch de vraag op: in welk kamp bevind ik mij eigenlijk? Dat van de slaven of dat van de ‘paarden en de
ruiters’?

Onze broeders en zusters hebben nog twee tekstgedeeltes aangedragen waarvan ze willen dat wij erover nadenken. We horen een vermaning uit de brief van Paulus aan de jonge christen gemeente in Rome, ook een onderdrukte groep mensen. Hij moedigt hen aan om niet langer als slaven in angst te leven. Want ze hebben de Geest van God ontvangen, de Geest van vrijheid. De Geest die hen  verzekert dat ze kinderen van God zijn, gelijkgesteld met zijn Zoon Jezus.

Gehoorzaamheid is iets dat geldt zowel voor slaven als voor kinderen. Maar er is wel een verschil: bij slaven gaat het om iets angstigs: de angst voor straf als het misgaat. Bij kinderen heeft gehoorzaamheid als het goed is een andere lading: een (soms onbewust) vertrouwen dat de ouders het beste met hen voorhebben. Misschien helpt deze tweede lezing bij het antwoord op de eerder gestelde vraag: zit je in het kampvan de slaven of van de ‘paarden en de ruiters’? Het antwoord is hier: het gaat niet om slaven
tegenover ‘paarden en ruiters’. Het gaat om slaven tegenover kinderen. God zoekt geen slaven, want Hij bevrijdt ze; God zoekt nog minder onderdrukkers, want paarden en ruiters – hoog verheven – gaan ten onder. God zoekt kinderen. ‘Laat de kinderen tot Mij komen zegt Jezus – ‘want aan hen behoort het Koninkrijk van God’. Daarvoor geeft God zijn Geest. Waardoor we leren zeggen: ‘Abba, Vader, Abba, mijn Vader’. Iedere keer als je het Onze Vader met je hart bidt, wordt dat bevestigd: dat die Geest van God in je is. Die Geest van dankbare liefde. Die Geest die in je wil werken om je te veranderen. Want het is wel een grote overgang: van ruiter te paard tot kind. En evenzeer van slaaf tot kind.

Het kind staat centraal. Dat blijkt ook uit de derde lezing voorgesteld door de christenen uit de Cariben. Het kind is in dit geval het dochtertje van Jaïrus, een leider van de plaatselijke synagoge. Hij valt voor Jezus neer: ‘Mijn dochter is zojuist gestorven. Kom alstublieft en leg haar de hand op, dan zal ze weer leven’. Hij is – wat je noemt – recht door zee. Hij draait er niet om heen, want het gaat om zijn kind! Een kind dat sterft is het meest onnatuurlijke dat er kan zijn. Het antwoord van Jezus blijkt even recht door zee. Het meisje is niet gestorven , maar het slaapt. Heeft de vader zich dan vergist?
Of wil Jezus iets anders zeggen? Dat voor God de dood is als een slaap? Een slaap waaruit iemand wakker gemaakt kan worden?

Dan zijn we terug bij het begin en laten we dat kernvers uit het lied van Mozes nog eens op ons inwerken: ‘Uw rechterhand HEER, ontzagwekkend in kracht’. En het mens-geworden Woord, Jezus, pakt het meisje bij de hand en ze staat op.
Geen slaven, geen ruiters, het evangelie roept ons op kinderen te zijn, levende kinderen voor Gods aangezicht. Geroepen tot vrijheid, geroepen om het nieuws van bevrijding door te geven en geroepen om de daad bij dat woord te voegen. Door Hem, de HEER, onze kracht en ons vertrouwen.