Overweging Duncan Wielzen – 27 mei

Overweging bij de viering van de Heilige Drie-eenheid

 

Als er een volk is bij wie het verlangen naar eenheid zo prominent aanwezig is, dan is dat, denk ik, het Koreaanse volk. Ik weet niet in hoeverre u het nieuws van de afgelopen weken hebt gevolgd over de eventuele aanstaande ontmoeting tussen de Noord-Koreaanse leider Kim Jun-un en de Amerikaanse president Trump. Groot was de ontgoocheling bij m.n. de Zuid-Koreanen, toen bekend werd dat die topontmoeting zou worden afgeblazen. Vol ongeloof werd dit nieuws ontvangen. Maar sinds enkele dagen geleden, blijkt er weer hoop aan de horizon. Het verlangen van het Koreaans volk naar eenheid kreeg een nieuwe impuls. Dat gebeurde nadat beide leiders tot hun verstand kwamen en zich weer positief uitdrukten.

Thans lijkt het erop dat de droom van eenheid en eenwording tussen de beide Koreas een stap dichter bij de werkelijkheid is gekomen. Het is een droom die decennialang geleefd heeft bij grote groepen mensen die jarenlang tussen hoop en vrees hebben geleefd (en dat in feite nog steeds doen). Sterker dan de vrees is de hoop en het verlangen naar eenheid.

 

Dit verlangen naar eenheid is niet eigen aan het Koreaanse volk, of aan welk ander volk dan ook. Dit verlangen naar eenheid zit diep geworteld in de mens. Het is iets existentieels; het ligt ingebakken in onze DNA.

Psychologen geven aan dat veel van onze psychische klachten het gevolg zijn van een breuk in de harmonie, de eenheid, die inherent is aan ons bestaan. Wat bedoelen ze daarmee? Wanneer je bv. meer werk verzet dan je lichamelijk en geestelijk aankan, zal dat onherroepelijk tot stress lijden. En wie bv. een grote behoefte heeft aan veel materiële spullen, veel meer dan hij of zij zich kan veroorloven, zal nooit met zichzelf en zijn omgeving in harmonie leven. Dat leidt tot onvrede, tot onbehagen en in het ergste geval tot psychische klachten. Het verlangen naar eenheid is dan een verlangen naar evenwicht, om weer met jezelf in balans te komen; weer met jezelf, en misschien ook met God, in het reine komen. Die eenheid in onszelf is van Goddelijke oorsprong, toen God uit de chaos de wereld schiep, de mensen, de planten en de dieren. Toen bracht God de eenheid in de kosmos tot stand. Maar telkens weer verstoren wij die eenheid wanneer wij uit hebzucht de aarde verschroeien, de natuur geweld aandoen, en onze oceanen en rivieren vervuilen met plastic en chemisch afval. Wanneer ons hart onrustig is, of wanneer ons geweten aan ons knaagt, betekent het dat wij niet met onszelf in evenwicht zijn. We worden onrustig vanwege het ontluikende verlangen naar eenheid en innerlijke harmonie. We worden onrustig omdat wij a.h.w. – en misschien zonder het zelf te beseffen – worden wij eraan herinnerd wat God met ons voor heeft; Hij die ons tot leven geroepen heeft, om niet van Hem, van onszelf en van elkaar vervreemd te raken. Daarom spreekt men soms van een ‘heilige onrust’.

 

Vandaag vieren wij het feest van de Heilige Drie-eenheid. We krijgen vanuit de heilige Schrift, vanuit de Bijbellezingen van vandaag een voorproefje hoe dit kan zijn: in Gods Naam zijn wij opgenomen in een eenheid nog voor wij het zelf beseffen. Het is een eenheid in verscheidenheid, die ons openbaart, dat ieder mens uniek is; dat ieder mens nodig is om het geheim van God’s naam die is: GOD-MET-ONS en IK-ZAL-ER-ZIJN, om die naam gestalte te geven in ons midden. Het laat ook zien dat God de Vader niet hetzelfde is als God de Zoon, en God de Zoon is niet hetzelfde als de H. Geest. En toch zijn die drie Een. Jezus is de menselijke gestalte van God. Hij heeft God aan ons geopenbaard. Hij heeft God aan ons een menselijk gezicht gegeven. ‘Jezus, daar gaat God’ zei iemand eens, waarmee hij wilde uitdrukken dat wie Jezus ziet, wie met Jezus in aanraking komt, iets van Gods nabijheid ervaart. Zo hebben veel mensen de aardse Jezus ervaren die weldoende rondging, zieken en blinden genas en mensen uit hun isolement bevrijdde, zondaars vergeving schonk en een dode tot leven bracht. Wat bezielde Hem om dat allemaal te doen? Beter lijkt mij de vraag: wie bezielde hem? Dat is H. Geest, om zo uitdrukking te geven aan het verlangen van God dat een mens tot leven komt, en wel leven in overvloed ontvangt. Dit verlangen van God weerspiegelt de eenheid die Vader, Zoon en H. Geest verbindt. God wil dat de mens volop kan leven, en Jezus laat dat gebeuren juist bij diegenen die van aan de rand van het leven staan. En dat doet Hij vanuit de kracht van de H. Geest, die hem daartoe inspireert. En zo wordt het gebroken leven van kleine mensen aan de marge van de samenleving in de tijd dat Jezus op aarde leefde, geheeld en geheiligd. Dat gebeurd op grond van de eenheid tussen Vader, Zoon en heilige Geest: God de Vader die nieuw en volop leven voor de mens wil; God de Zoon, die dat ook daadwerkelijk aan mensen schenkt; en God de Geest die de Zoon daartoe kracht geeft en inspireert. Een heilige Drie-eenheid. Een eenheid in verscheidenheid.

 

Aan de eerste lezing gaat een vers vooraf die wij niet hebben gelezen of gehoord, maar die van groot belang is om de lezing te bevatten. Deze vers luidt als volgt: de Heer uw God is een barmhartige God, Hij zal u niet aan uw lot overlaten. Hij zoekt onze ondergang niet, hij vergeet het verbond niet dat hij eens met de mensen heeft gesloten. Hier draait het om wie God is als Vader: God is een trouwe en barmhartige God. Hij is een God die mensen niet in de steek laat. Een God die het welzijn van mensen ter harte gaat. In zijn naam mogen wij, hoe verschillend wij ook van elkaar zijn, elkaar met goedheid, barmhartigheid, mildheid en vriendelijkheid bejegenen. Jezus nodigt ons daartoe uit om elkaar recht te doen, elkaar te doen leven, door begrip en compassie voor elkaar op te brengen. In dat alles mogen wij ons laten inspireren door de H. Geest, die Jezus ons heeft beloofd als Helper. Het feest van de heilige Drie-eenheid biedt ons een model aan, een handreiking om zo te leven en zo de eenheid onder elkaar te bewaren, wie we ook zijn, of waar we ook vandaan komen.

 

Het goede nieuws dat Jezus verkondigt, is voor ieder mens bestemd, zonder uitzodering. Daartoe worden de leerlingen geroepen en uitgezonden. Ze kunnen dat tot uiting brengen door twee dingen: ´door hen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest´. Dit is de enige plek waar deze formulering zo duidelijk en direct genoemd wordt. Blijkbaar is dat ook de reden waarom deze evangelie perikoop op het Feest van de H. Drie-eenheid wordt gelezen.  Het doopsel waartoe Jezus oproept vindt plaats in de naam van de Drie-eenheid; dat maakt een mens tot christen. Maar er is meer. Ook niet christenen zijn door God aanvaard en kunnen leerling van Jezus zijn. Dat blijkt uit de tweede aansporing van Jezus aan het eind van het Matteus evangelie. Zijn leerlingen moeten de mensen leren zich te houden aan alles wat Hij hen heeft opgedragen. Dat is heel wat, maar we kunnen dat alles samenvatten met het gebod van de liefde. Bemin de Heer uw God met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand, en bemin uw naaste als uzelf.  Heb elkaar lief. Als jullie elkaar liefhebben zullen jullie mijn leerlingen zijn. Dan zullen jullie in God zijn, zoals ik in God ben, schrijft de evangelist Johannes. Dit gebod van de liefde hangt nauw samen met het gebod: wat u niet wil dat u geschiedt, doe dat een ander niet. Het staat bekend als de Golden Rule en komt in alle religies voor. Dit gebod van de liefde in samenhang met de Golden Rule kan ons helpen om daadwerkelijk de eenheid onder elkaar te bevorderen en zo God´s naam in ons midden gestalte te geven. Om aan den lijve te ervaren dat het waar is wat Hij zegt: ‘Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van deze wereld.’ Amen.