Overweging Frank de Haas – 15 juli

Overweging zondag 15 juli 2018               Amos 7, 12-15 / Marcus 6, 7-13

Beste medeparochianen,

1.

In de lezingen van de laatste weken worden opvallend vaak mannen belast met een bijzondere opdracht. Dat is duidelijk een rode draad. Steeds worden mannen op weg gestuurd. Ze worden gezonden.

Ook in de beide lezingen van vandaag is dat het geval.

2.

In de eerste lezing, uit het Oude Testament, wordt Amos toegesproken. Hij wordt een ziener genoemd. Dat is feitelijk hetzelfde als een profeet. Hij wordt op pad gestuurd naar Juda, daar moet hij gaan profeteren. Amos moet weg uit Betel. Hij wordt naar zijn eigen land teruggestuurd. Daar is hij niet blij mee. Amos protesteert. Hij zegt dat hij geen profeet is. Nee, want dat is zijn beroep niet. Hij doet heel wat anders: hij is namelijk veehoeder en vijgenkweker. Maar luisteren doet hij wel, want hij beseft dat het de Heer is die heeft ingegrepen. Aan een opdracht van de Heer kun je niet voorbijgaan. De Heer draagt Amos een compleet ander leven op. “Trek als profeet naar mijn volk Israël”.

3.

Wat weten we van Amos? In elk geval dit: dat hij gehoorzaamde, dat hij gehoor gaf aan de oproep van de Heer en zich nadrukkelijk uitsprak: weg met de uitbuiting van de armen, weg met de luxe van de rijken, én weg met de schijnheilige eredienst. Hij heeft de opdracht aanvaard, al betekent die dan wel een enorme breuk met zijn leven tot dan toe. Zo is ook dit dus weer een verhaal – zoals zo vaak – van uitgezonden worden en aan de slag gaan met dat wat de Heer je opdraagt.

4.

Net als Amos worden, in het evangelie van vandaag, de leerlingen van Jezus uitgezonden. En we lezen: met bijna geen bagage. Slechts met een stok. Zij krijgen wel instructies mee ten aanzien van schoeisel en kleding. En ten aanzien van  het bezoeken van mensen, voor als zij wel of als zij niet welkom zijn. Hun opdracht is: prediken dat mensen zich moeten bekeren. En zij moeten duivels uitdrijven, zieken zalven en zieken genezen.

5.

In deze tweede lezing wordt een bijzonder accent aangebracht. Zij krijgen te horen: laat alles achter! Dat is nogal wat. Dat is radicaal. Dat is het helemaal  omgooien van je leven, met achterlating niet alleen van het materiële, maar ook van je dierbaren en vrienden. Zij moeten hetzelfde doen als wat Jezus deed. Alles achterlaten. Alles loslaten, kun je ook zeggen.

Relevant voor beide lezingen is deze vraag: wat heeft God met jou voor? Hij bepaalt jouw leven. Jij kiest niet, maar Hij kiest voor jou.

Als wij dat laatste op onszelf betrekken, als wij worden geroepen: ervaren wij dan ook dat het de Heer is die ons roept? Als je bijvoorbeeld actief bent binnen de Kerk – en daar voldoening uit haalt –  kun je je de vraag stellen: hoe is dat voor mij,  word ik daarbij door Hem gezonden? En misschien komt bij ons dan dezelfde twijfel op die Amos had: kan ik dit wel?

Maar dan is dit heel belangrijk: het gaat niet om je expertise, om je kwaliteiten en vaardigheden. Het gaat erom of wij ons kunnen toevertrouwen aan God. Dat is de kernvraag. In het Onze Vader bidden we: Uw wil geschiede…

7.

Dit is toch heel boeiend: laat alles los. Voor de leerlingen: alleen die stok mag je meenemen. De uitleg die ik hierover las is de volgende: die stok, dat is God’s Woord. Dat neem je mee. En daarin ligt de steun die Hij je geeft. Voor bijvoorbeeld herders in het veld is die stok heel essentieel. Niet alleen omdat zij er letterlijk op kunnen leunen. De herders gooiden hun stok op. De richting waarin de stok wijst,  dat is de richting waarin zij met hun schapen gaan. En dan is dit een prachtig beeld: zoals de stok voor de herders de richting aanwijst, zo doet de Tora, de Joodse bijbel, dat voor allen die de Tora lezen en er lering uit willen trekken: die Tora geeft richting aan je leven.

8.

Over dat loslaten en gezonden worden wil ik nog wat verder doordenken. Het wordt ons niet eenvoudig gemaakt. Loslaten – ieder van ons kent dat vast uit eigen ervaring – is vaak het beste wat we kunnen doen, maar even zo vaak valt dat bepaald niet mee. Durven we onszelf, ons leven toe te vertrouwen aan, in handen te leggen van Hem die is: onze hoeder? Hij gaat met ons mee. Ook hier ligt weer een link met de lezingen van vorige zondagen. Over vertrouwen ging het ook in de overweging van mijn broer. Kunnen én durven vertrouwen op God’s leiding. De leerlingen worden twee aan twee uitgezonden, dus samen. Ze kunnen dus steun aan elkaar hebben. Dan gaat het erom: maak Zijn liefde waar.

9.

Alles loslaten: mogen we dat ook zo lezen: dat we ons niet langer laten leiden en ons leven niet langer laten domineren door zaken die er niet toe doen? Materiële zaken. Bezit. Het stoffelijke. Is het niet-stoffelijke niet veel belangrijker? Daarover wat verder mijmerend, als u me toestaat. Stap op elkaar af. Benader elkander met die boodschap van liefde. Zoek echt contact, een echte ontmoeting met de ander. Als we alle overbodige ballast overboord zetten, dus loslaten, dan ontstaat er ruimte om werkelijk mens voor elkaar te zijn.  Dan delen we ons leven met anderen. Dan kun je kameraadschap beleven. Samen optrekken. De ander raken. De ander aanraken. Dan is er een echte ontmoeting. Dan is er synergie tussen mensen.

10.

Ieder van ons kent, denk ik, wel deze ervaring bij het verlies van een dierbare: dat zoveel zaken ineens zo onbelangrijk worden, zo betrekkelijk. Dan voel je aan den lijve dat zoveel er volstrekt niet toe doet. Maar dat het gaat om jou en je medemens. Jij en de ander. Om vriendschap. Om liefde. En je beseft weer hoe belangrijk het is om aandacht te krijgen en  aandacht te geven. Het is niet nieuw, niet spectaculair, het is wel essentieel: de aandacht voor de ander. De aandacht die jezelf ervaart.

11.

Aandacht is het begin van elk waardevol contact tussen mensen. Staat aan de voet van een ontmoeting die je optilt. Waarin je oprechte betrokkenheid en verbondenheid ervaart. Als we nadenken over loslaten, over achterlaten wat er niet toe doet, raken we zo, denk ik – voorzichtig – aan de kern. Het vraagt erom dat we bewegen naar elkaar toe. Dat zal de leerlingen ook meegegeven zijn toen zij op weg gestuurd werden.  We kunnen daar ook andere woorden voor gebruiken. Elkaar een naam geven. De ander erkennen en herkennen in zijn mens-zijn. En, daarop doelde ik in mijn openingswoord, elkaar bevestigen. Jij mag er zijn, jij bent de moeite waard.

12.

Ik wil eindigen met een citaat van Anna Terruwe. Het komt uit een boekje van haar uit 1972: Geef mij je hand…over bevestiging, sleutel van menselijk geluk. Ze besluit dit kleine boekje, slechts 59 pagina’s – waarin zij dat begrip bevestiging heeft geïntroduceerd -als volgt. Ze spreekt haar lezers aan, met wie ze middels dit boek in contact staat. Het klinkt als een levensmotto. Sommige woorden en begrippen lijken voor ons wat uit de tijd; maar ze werden dan ook al bijna 50 jaar geleden opgeschreven.

“Dit is mijn verwachting voor u en voor mijzelf: de wil om te bloeien. De wil om te bloeien in een geopend-zijn naar elkaar, in klein en groot klimaat, op straat en in huis, in ons eigen land en in de internationale betrekkingen, tussen de zogenaamde welvaartsmaatschappij en de onderontwikkelde gebieden, op sociaal, economisch en politiek gebied, in de verhoudingen tussen alle godsdiensten en kerkgemeenschappen op deze aarde, in de verhouding tussen de generaties en tussen de rassen: opdat wij elkaar het aanzijn schenken in de Geest die het aanschijn der aarde vernieuwt. Met deze verwachting moge ik aan u schenken de bevestiging van mijn spreken en moge ik van u verwachten de bevestiging van uw luisteren, opdat er een harmonie moge zijn tussen u en mij in denken en invoelen”.

Amen