Overweging Frank de Haas – 24 juni

Jesaja 49, 1-6, Lucas 1, 57-66.80

Beste medeparochianen,

  1. In de eerste lezing van vandaag horen we de profeet Jesaja spreken. Jesaja heeft een nadrukkelijke opdracht gekregen, zelfs al vóór hij werd geboren. We lezen dat Jesaja van alles heeft ondernomen, hij heeft zich uitgesloofd, maar dat hij zelf uiterst ontevreden is over wat hij heeft gerealiseerd. Hij is er bijkans depressief onder. Dat mag zo zijn, maar dat laat onverlet dat de Heer hem hoog heeft zitten. Nou kreeg Jesaja ook bepaald geen misselijke opdracht. Hij moest, zo lezen we, niet alleen Jakobs stammen oprichten en Israels overlevenden terugbrengen. ‘Ik stel u aan tot licht van de heidenvolkeren om mijn heil te zijn tot aan het uiteinde der aarde’. Jesaja als dienaar van de Heer. Een gezondene. Met een opdracht ver over grenzen heen.

 

  1. Uit het evangelie lazen we dat bekende verhaal over Elisabet die moeder gaat worden. Heel bijzonder, want zij was al een oude vrouw. We lezen dat het kind besneden wordt. En dan is er een bijzonder moment. Want de vader noteerde de naam Johannes op een schrijftafeltje. En dan ineens blijkt de vader te kunnen praten…Hij spreekt ‘Gods lof’. Wat zal er van dit kind, deze Johannes, worden? De Geest heeft Johannes bezield. Als hij ouder is, gaat hij leven in de woestijn. Daarna treedt hij in de openbaarheid. We weten uit het vervolg dat Johannes is gaan dopen aan de Jordaan, als wegbereider van Jezus.

 

  1. Er is een grote overeenkomst tussen de lezingen. Beide gaan ze over mannen die geroepen worden. Ze krijgen een stevige en omvangrijke taak. Als gezondenen. Als getuigen. Er wordt nogal wat van ze verwacht.

 

  1. De vraag dringt zich op: is er ook voor ons, mensen van deze tijd, een opdracht? Spreekt de Heer ook ons aan? Hoogstwaarschijnlijk wel. Ook wij krijgen God’s genade. Ook wij worden opgeroepen. Worden verondersteld te praten en handelen in Zijn geest. Te doen wat van ons verlangd wordt.

 

  1. Wat brengt ons naar hier? En wat zorgt ervoor dat we naar deze plek blijven komen? Ik vraag me wel eens af hoe helder dat precies voor ons is. Voelen wij ons ook gezondenen en kunnen we die opdracht aan? Hoe kijken wij naar God? Naar de Heer, de Eeuwige? We zijn allemaal met nogal wat verhalen en regels opgegroeid. Althans de meesten van ons hier. Hoe keken wij naar de God waarover ons werd verteld? Het was niet altijd een vriendelijke God. Ik herinner me nog de boekjes. Bijvoorbeeld die waarmee je op je eerste heilige communie werd voorbereid.  Met plaatjes van je ziel. Als je zondigde kwam er een zwarte vlek op die ziel. En als je het helemaal bont maakte, was het plaatje van je ziel helemaal donker. Daar kregen wij – zeker mijn generatie – nog wel wat van mee.

 

  1. Ik denk aan een tante van mij. Een intelligente en lieve vrouw. Maar wat was ze vaak bang dat ze in haar leven niet het juiste deed. Wat had ze het daardoor soms moeilijk met haar geweten. In haar tijd gold – als ik dat zo uitdrukken mag – nog veel meer dan in de onze: Alles was kerk. Het leven was ervan doordrenkt. Ook op school. We gingen met grote regelmaat naar de schoolmissen. We gingen sowieso heel vaak naar de kerk. Voor mij was dat van jongs af aan al dit kerkgebouw. We gingen naar het lof. We leerden de katechismus. Het leven was zo anders toen. Ook op zaterdag moesten we naar school. En werkende mensen hadden toen nog geen 5daagse werkweek. We gingen heel anders om met autoriteit. De pastoor was nog een heel centrale figuur. Dot alles was vóór het tweede Vaticaans Concilie.

 

  1. Ik wil nog even terug naar het gezonden worden. Hoe pakken wij het aan in ons leven? Hoe gaan en hoe zijn wij op weg? Wat zit er nog van vroeger in ons systeem? Veel meer dan toen worden wij aangesproken op onze eigen verantwoordelijkheid. Als je voor ingrijpende momenten in je leven staat, voor belangrijke keuzes en beslissingen, overweeg dan of je naar eer én geweten handelt. Hoe groot is ons vertrouwen in onszelf en in elkaar? Hoe groot is ons vertrouwen in God? Leven we in het besef dat Hij óns vertrouwen geeft? De wereld van nu is zo anders. De Kerk van nu is zo anders.

 

  1. Hoe het vroeger was, hoe het nu is… Daar ging het o.a. ook over tijdens een bijeenkomst hier in de kerk met dichter Huub Oosterhuis. Zaterdag 16 juni. Oosterhuis die talloze schitterende teksten heeft geschreven, waarvoor diverse componisten melodieën hebben gemaakt. Zijn liederen worden hier nog geregeld gezongen. Niet in de laatste plaats door de LWM. Hij was en is – inmiddels bijna 85 – onze grote inspirator. Wat een prachtige bijeenkomst was het!

 

  1. Huub Oosterhuis vertelde ons over de oude verhalen, ook al lang vóór de tijd van Christus. Over de traditie van de bijbel, dat rijke, dat onuitputtelijke boek. De naam Israel, zei hij, was al bekend rond 1230 vóór Christus. In 515 vóór Christus werd een nieuwe tempel gebouwd, het was na de Babylonische ballingschap. Leerhuizen rond bijbelse teksten zijn al van vele eeuwen terug. Daar werd kennis overgedragen. Daar werden mensen door de grote verhalen begeesterd. Daar kregen zij geestelijk voedsel voor het leven. De Joden lazen de Thora. Die werd gelezen, uitgelegd, verklaard, geïnterpreteerd. Het waren levenslessen.

 

  1. Wat was en wat is nog steeds de kern van al die geschriften die we tot op heden blijven lezen? Dat is, volgens Huub: de liefde tot de naaste die is zoals jij. Deze kerngedachte heeft hij in vele van zijn schitterende teksten op poëtische wijze uitgewerkt. In de Thora, in de Bijbel, in deze boeken vinden we een unieke levensleer. Boeken die, zoals hij dat verwoordde, een ethisch appel bevatten. Centraal daarin staat God, die we ook noemen: Ik zal er zijn. En die een oproep aan ons doet: ik stuur jou naar mensen in nood. Solidariteit, daar gaat het om. Een van Huub’s uitspraken trof mij bijzonder. Hij zei: de bijbel zoals die door de rabbijnen al in de tweede eeuw vóór Christus werd gelezen, zo lees ik hem nog steeds. Dat is dus een traditie van meer dan 2000 jaar. Het gaat dan nog altijd om de doorwerking van die teksten in ons dagelijks leven. En ik dacht: voor het goed verstaan van de teksten hebben we inspirerende leermeesters nodig. Zo’n leermeester is Huub Oosterhuis.

 

  1. We naderen het eind van het kerkelijk seizoen. Volgende week zondag zullen we het op feestelijke wijze afsluiten. Er waren veel mooie momenten. Ik denk aan de avonden over de spiritualiteit van kloosterordes. Aan de aandacht voor oosterse orthodoxie, met o.a. de bijzondere Armeense gast met wie we een indrukwekkend nagesprek hadden over de Armeense genocide. En aan de middag met Huub Oosterhuis. In de zomermaanden blijven we elkaar op de zondagochtenden ontmoeten, met een ad hoc koor. En dan gaan we op weg naar een nieuw seizoen met als thema ‘Herstel het huis’. We zullen nog intensiever met onze toekomst bezig zijn, na de pensionering van pastor Coen van Loon.

 

  1. Er is alle reden om samen op weg te blijven gaan, in dit leerhuis waar we ons telkens weer kunnen laven aan de Bron en elkaar kunnen inspireren. Door Hem gezonden, gezonden naar elkaar. In verbinding. Horend God’s woord, wetend van Zijn liefde. Hij die er is voor ons. Laten wij er voor elkaar zijn.

 

Amen