Overweging Frank de Haas – 30 juni

Overweging 30 juni 2019  (eerste viering volgens het zomerrooster)

1 Koningen 19, 16b.19-21 ; Lucas 9, 51-62

Beste medeparochianen,

1.

In de eerste lezing van vandaag horen we over de opvolging van de profeet Elia door Elisa. We lezen dat Elisa hard aan het werk is, op het moment dat Elia hem aanspreekt. Cruciaal is dan vers 20, waarin Elisa uitspreekt dat hij, voordat hij Elia zal volgen, eerst van zijn vader en moeder afscheid wil nemen. Onze eerste reactie is dan: dat spreekt voor zich! Je gaat toch niet zomaar weg zonder je ouders nog even gezien te hebben? Maar dat bevalt Elia niet. Daarop lezen we niet dat Elisa inderdaad zijn vader en moeder gedag gaat zeggen. Hij doet iets heel anders. Elisa gaat eerst twee ossen bereiden voor het werkvolk. Daarna volgt hij Elia, als zijn dienaar.

2.

Met het evangelie van vandaag gaan we terug naar een eerder moment in het kerkelijk jaar. Het moment dat Jezus zijn einde voelt naderen. Boden gaan hem vooruit. Een paar van zijn leerlingen. Ze willen regelen dat Jezus in Samaria kan verblijven. Maar de Samaritanen staan dat niet toe, Jezus moet toch naar Jeruzalem en niet naar hun stad. Dan worden de boden, de leerlingen Jakobus en Johannes, boos. Deze reactie van de Samaritanen vinden zij ongehoord. Zie hun vraag in vers 54: ‘Heer, wilt Gij dat wij vuur van de hemel afroepen om hen te verdelgen’? Maar daar wil Jezus beslist niets van weten, dat maakt hij ze krachtig duidelijk. De leerlingen gingen naar een ander dorp. Dan gebeurt er weer iets bijzonders, als Jezus door iemand wordt aangesproken die Hem wil volgen. Jezus waarschuwt hem: dat wordt niet gemakkelijk hoor! En tegen nog weer een ander die Jezus wil volgen, en die eerst zijn vader wil begraven, zegt Jezus: dat gebeurt niet, je moet onmiddellijk je taak als volgeling oppakken. En tenslotte is er dan nog iemand anders die eerst van zijn huisgenoten afscheid wil nemen. Maar ook tegen hem zegt Jezus: dat gaat niet gebeuren, als je volgeling wil zijn moet je onverwijld aan de slag.

3.

Nog even terug naar de eerste lezing. Het is volstrekt helder: als je actief wilt worden, hier dus als profeet, dan doe je dat zonder enig uitstel. Het is dan, kennelijk, helemaal niet van belang dat je eerst je ouders vaarwel zegt. Toch, dat zagen we, gaat Elisa niet meteen met Elia mee. Hij doet iets wat kennelijk wel belangrijk is: hij bereidt een afscheidsmaal. Dat is een teken en een bewijs dat hij resoluut met zijn verleden, zijn bestaan tot op dat moment, breekt, voor hij een grote stap zet in zijn nieuwe leven.

4.

We zien het in het evangelie terug: kap je huidige bestaan af en kom direct tot actie, hier als volgeling van Jezus. Tot vier keer toe worden mensen door Jezus gewaarschuwd. Eerst gaat het erom dat Jezus rechtstreeks verder moet naar Jeruzalem. Want daar gaan heel belangrijke dingen gebeuren. En dan, duidelijker kan hij het niet laten zien, vermaant hij mannen die hem willen volgen maar die eerst nog iets anders willen doen: Nee, als je je taak oppakt, doe dat dan meteen!

5.

Vele jaren later schreef Thomas a Kempis zijn beroemde boek ‘De navolging van Christus’. Men zegt dat dit na de bijbel het meest gelezen boek uit de geschiedenis is. Wat zegt Thomas over het navolgen van Christus? Onder andere dit, een citaat:

‘Zalig is hij, die begrijpt wat het inhoudt , om Jezus lief te hebben en zichzelf te minachten om Jezus’ wil. De mens moet alles wat hij liefheeft verlaten om Hem die hij liefheeft, want Jezus wil bemind worden boven alles. De liefde tot het geschapene is bedrieglijk en onzeker: de liefde tot Jezus echter getrouw en volhardend. Wie zich hecht aan iets wat geschapen is, die zal vallen, omdat ook ’t geschapene moet vallen: maar wie Jezus omarmt, zal sterk staan voor eeuwig: Heb lief en houd bij u, als een vriend, Hem, die u niet zal verlaten, schoon alle anderen zich terugtrekken, en die, als alles voorbij is u niet te gronde zal laten gaan. Want van de mensen moet gij eens scheiden, ’t zij gij wilt of niet’.

6.

Ja, het is duidelijk. Het is zonneklaar wat de lezingen en de passage uit het boek van Thomas ons willen zeggen. Wil je Jezus volgen, wil je zijn volgeling, zijn leerling zijn, dan doe je dat direct, en radicaal en resoluut. En dan moet je heel goed weten dat het niet niks is wat je wacht, dat het je zwaar gaat vallen. Ik duidde het daarnet al even aan. Wij, mensen van deze tijd, die deze regels lezen, hebben het hier misschien wel moeilijk mee. Er is iets in ons dat zich verzet. Ik denk dat u, net als ik, wel begrijpt dat Elisa niet zomaar wil vertrekken, maar dat hij eerst afscheid wil nemen van zijn ouders. Dat doe je toch. En wij snappen toch heel goed dat die ene volgeling eerst zijn vader wil begraven. En dat je niet wil vertrekken zonder afscheid van je huisgenoten. Dat lijkt toch logisch? Dat is toch een vanzelfsprekendheid? Maar Jezus zegt: geen sprake van! Jezus stelt heel strenge eisen aan wie hem wil volgen. Het begraven van je vader: het was voor Joden een heilige plicht om hun doden te begraven. Maar, zegt Jezus: laat dat maar over aan degenen die mijn oproep niet volgen. Jij als leerling, als mijn volgeling, moet meteen op pad en het rijk Gods gaan verkondigen. Ga je Hem achterna, dan moet je je onthechten, zonder dralen, onmiddellijk.

7.

Wat zegt dat ons? Als je ervoor kiest Hem te volgen, dan is alleen dat nog belangrijk. Ga dan je weg, zoals Jezus resoluut – wetend wat voor levenseinde hem te wachten staat – en rechtstreeks naar Jeruzalem gaat. Het is een wezenlijk moment in het evangelie. En, vertaald naar ons, hier en nu, het is een wezenlijk moment in ons leven als christenen. Er wordt veel van ons gevraagd. Zijn weg kiezen, volgeling zijn: dat is weten wat je doet en alles in het teken stellen van je opdracht als volgeling. Dus: geen rust voor jou. En geen terugblikken op dat wat je in je leven tot dat moment dierbaar was.

8.

Beste medeparochianen, het liefste zou ik nu, in plaats van mijn overweging te vervolgen, met u in gesprek willen gaan. Dat is wat ongebruikelijk. Omdat ik benieuwd ben en daarover met u van gedachten zou willen wisselen: hoe komt dit bij ons over? Wat deze lezingen zeker doen: ze geven ons in elk geval, weer eens, stof om over na te denken en stof voor gesprek.  Zo is er bijvoorbeeld de vraag: wat maken wij waar van ons volgeling zijn? Als wij, christenen, in zijn voetsporen treden, willen treden: gaan we dan wel ver genoeg? Wie van ons heeft de wijsheid in pacht? En wie van ons heeft hier een sluitend en afdoend antwoord op? Het maakt ons onzeker. Wij hebben natuurlijk twijfels. We proberen het beste te doen, maar is dat voldoende? En we zien in mensen om ons heen dat zij het goede doen, ieder kent daar voorbeelden van, en zo in Jezus’ voetsporen treden. Zijn liefde in praktijk brengen. Het zijn herkenbare twijfels die ook de leerlingen hadden toen Jezus zijn einde naderde en toen zij op Witte Donderdag in de tuin met hem bijeen waren. Er was angst. De leerlingen hebben hun opbouwende werk later wel voortgezet. Maar toen, de volgende dag, op dat zware moment, op Goede Vrijdag, stond er maar één leerling onder Zijn kruis. We weten dat dat Johannes was. Verder stond daar Maria, Jezus ’moeder, en er stonden nog enkele andere vrouwen. Radicale navolging: dat eist veel, eist dat misschien teveel?

9.

Voor ons, ik zei het al, biedt dit alles stof tot nadenken. Tot zelfreflectie. Maar ook tot gezamenlijke bezinning. Want wat is dat eigenlijk: volgeling van Jezus zijn? Ben ik me daar als christen, als gelovig mens, voldoende van bewust? Het zijn wezenlijke vragen. Het is een brede thematiek. Zijn wij dienaars van mensen? Hoe richt ik mijn leven in? Is mijn gedrag in overeenstemming met mijn gedachten, mijn wensen, mijn idealen, mijn intenties, de waarden en normen die ik zeg belangrijk te vinden? Hoe serieus en oprecht zijn mijn bedoelingen? Wij weten van onze tekorten.  Hoe zit het met onze menswording? Hoe is het gesteld met onze achting voor onze naasten, de naastenliefde, de zorg voor wie het moeilijk heeft, het respect en de mildheid. Misschien dat laatste wel het meest. De mildheid. Laten we dat vandaag meenemen. Ter overdenking in ons eigen leven. Om er met anderen over te praten. Maar ook als signaal, als waarschuwing, als bewustwording. Hoe moet ik het aanpakken als ik daadwerkelijk naar Zijn voorbeeld wil leven? Zijn liefde wil uitdragen?

Amen.