Overweging Martelarenfeest 2016

Overweging door Pastor Coen van Loon

Habakuk 1, 2-3; 2, 2-4

Lucas 17, 5-10

 

 

Het zijn herkenbare vragen die Habakuk uitroept in de eerste lezing.

En het brengt ons meteen bij de mistoestanden die er toen waren en die er nu nog zijn in onze wereld. Juda wordt in die 6de eeuw voor Christus bedreigd door de Babyloniërs; de tijd van de babylonische ballingschap komt eraan. Habakuk roept God ter verantwoording:

Hoelang moet ik nog roepen, Heer, terwijl Gij maar niet luistert?

Hoelang moet ik de hemel nog geweld aandoen, terwijl Gij maar geen uitkomst brengt?

Waarom Iaat Gij mij onrecht lijden en ziet Gij die ellende maar aan?

Waarom moet ik leven te midden van geweld en verdrukking

en waarom rijst er twist en moet men lijden onder tweedracht?

 

Het zijn vragen in wanhoop zoals zij deze weken ook opstijgen uit bijvoorbeeld Aleppo, de stad in Syrië. Hoe kan een God die rechtvaardig is, kwaad met nog erger kwaad vergelden? Hoe kan Hij rustig blijven toezien, terwijl de vijand van zijn volk zijn gang gaat?

Het zijn vragen waar geen gemakkelijk antwoord op te vinden is.

 

In Griekenland zitten zeker 60.000 vluchtelingen vast in erbarmelijke omstandigheden en zonder enig uitzicht. De politici en de media hoor je niet over hen. Hier, in Nederland, horen wij over asielzoekerscentra die gesloten worden omdat er minder vluchtelingen binnen komen. De prijs van onze veiligheid wordt door hen betaald. Juist vanuit ons geloof mogen wij niet vergeten dat ook zij kinderen van God zijn; kinderen van een wereldwijde familie.

 

We vieren dit jaar dat 150 jaar geleden de Martelaren van Gorcum heilig verklaard werden.

Bij de bewoners van Aleppo en de vluchtelingen in Griekenland kan men spreken over een massamartelaarschap. Achter iedere martelaar staan vaak duizenden anonieme mensen die hetzelfde lot hebben ondergaan. In het herdenken van de martelaar die met naam en toenaam bekend is gebleven, worden ook die anderen herdacht en naar voren gehaald. De martelaar is een teken in de geschiedenis om niet te vergeten wat mensen mensen aan kunnen doen.

 

Achter in uw liturgieboekje heb ik twee teksten laten opnemen met twee aspecten van martelaarschap. Het ene gaat over de Martelaren van Gorcum zelf. Het spreekt van archiefonderzoek van de laatste jaren waaruit een ander beeld opkomt dan men eeuwenlang over de martelaren gehad heeft. De martelaren zijn gewone mensen geweest die in Gorinchem hun leven leefden. Er kan kritiek zijn op de keuzes die zij in dat leven maakten, maar, zegt de tekst, ‘het is en blijft onacceptabel om iemand te vermoorden omdat hij het verkeerde geloof heeft’.

 

De andere tekst van Johannes Paulus de 2de spreekt over het martelaarschap in onze tijd. Zowel die paus als paus Franciscus spreekt over het oecumenische aspect van martelaarschap. ‘Misschien is de meest overtuigende vorm van oecumene die van de heiligen, de martelaren’, zegt de tekst. En de paus spoort de plaatselijke kerken aan de herinnering aan de martelaren niet verloren te laten gaan.

 

De Martelaren leven voort in onze tijd. 11 van de 19 waren Franciscaan, waarmee de martelaren van Gorcum voor de Franciscanen bijzondere heiligen zijn. Twee van hen, Jeroen en Anton, kwamen uit Weert en worden daar nog steeds vereerd. Wilehad kwam uit Denemarken waardoor er ook in Kopenhagen een kerk aan de Martelaren van Gorcum gewijd is. De personele unie in Brabant waar het dorp Heeze onder valt is vorig jaar genoemd naar die martelaar, de heilige Nicasiusparochie. Jaarlijks komt men samen op het Heezense Nicasiusplekske om deze martelaar te gedenken.

 

Toch zijn we met de projectgroep die toewerkt naar 9 juli volgend jaar, aan het worstelen met het begrip martelaar. Het is niet een woord dat je makkelijk in de mond neemt. En dus komen er andere woorden naar boven als verbinding, verzoening en vergeving. We willen ons verbinden met die 19 mannen naar wie deze kerk vernoemd is, ons verbinden met de bewoners van Aleppo en de vluchtelingen in Griekenland, ons verbinden met de buurtbewoners hier in Amsterdam Oost. Daarvoor zijn wij op zoek naar een passend programma. Een programma dat eveneens aanhaakt bij de herdenking van 500 jaar reformatie dat eveneens in dit jaar gevierd gaat worden. Misschien heeft u al gemerkt dat het veel over Luther gaat op dit moment. Het moment dat hij op 31 juli 1517 op een kerk een papier vasttimmerde met 95 klachten tegen de katholieke kerk, wordt als het begin van de reformatie gezien.

 

Habakuk eindigt zijn klacht met een lofzang op God wiens glorie de aarde vervult.

“Vol ontzag ben ik, Heer, voor uw werken.
Laat die herleven in onze tijd, maak ze ons in deze tijd bekend;
denk in uw woede aan uw barmhartigheid.”

 

Frans Woortmeijer verwees in de laatste Hofnieuws naar het boek van Kushner ‘Waarom het kwaad goede mensen treft’. Daar gaat het niet over Habakuk maar het boek Job. Daar kaatst God de bal terug en zegt Hij: “Als jij denkt dat het zo makkelijk is om de wereld in het rechte spoor te houden, om te zorgen dat de mensen niets onrechtvaardigs overkomt, probeer jij het dan maar eens!”

Frans zegt: “we moeten uit zien te stijgen boven de vraag: waarom moet dat (mij) gebeuren en ons in plaats daarvan de vraag stellen: wat doe ik, nu het eenmaal gebeurd is.”

 

En dat is de gedachte die ook schuilt in het jaarthema ‘staan voor je geloof’. We kunnen niet anders dan de wereld aanvaarden zoals hij is. In die wereld neemt een ieder zijn verantwoordelijkheid. Vanuit ons geloof zijn wij geroepen oog en oor te hebben voor iedere naaste. En als gelovige zoeken wij naar hoe dat geloof ook in onze tijd bij kan dragen aan onze samenleving. Daarbij is het in dialoog gaan belangrijk. In dialoog poneer jij niet eerst hoe jij denkt, maar zoek je eerst de ruimte waarin luisteren naar elkaar mogelijk is. Dat luisteren brengt begrip en respect voor de ander. Pas na dat luisteren ga je voorzichtig in gesprek zonder meteen stellingen te betrekken en beschuldigingen te uiten.

 

Vorige week was ik in een kerk in Oisterwijk. In 1971 was die geopend, nu na vijftig jaar werd hij gesloten. Het is de plek waar ik in de beginjaren veel aanwezig was, waar mijn visioen ontstond, mijn geloof, mijn idealen onder woorden werden gebracht. Hun manier van afscheid nemen nu is volwassen en zonder verbittering. ‘Zoals wij zijn, zo zijn de tijden’, zo citeerde daar iemand Augustinus. Toen was wat daar gebeurde wat men toen zocht, nu zoeken de mensen weer andere wegen. Bij dat afscheid-zijn, bracht mij in verbinding met mijzelf. En ik denk dat daar ieders verbinding ligt; in jezelf.

 

Het boek dat deze kerk uitgaf heet ‘een spirituele proeftuin’. Dat woord wil ik hier introduceren. Laten wij hier in de Hofkerk een spirituele proeftuin zijn.

Dat wij vanuit die persoonlijke verbinding dit jaar tegemoet mogen gaan.

Dan staan wij daadwerkelijk in ons geloof, dan kan God aanwezig zijn,

dan kunnen bergen verzet worden,

dan zal de moerbeiboom zijn wortels losmaken uit de grond en geplant worden in de zee.

Amen.

 

Slottekst bij het slotgebed:

Ari van Buuren reikte deze tekst aan.

16 dagen na de aanslagen in Brussel uitgesproken door Griet op de Beeck

“Laten we stoppen met hopen en doen wat moet gebeuren om het te doen gebeuren,

en mild zijn voor wie dat nog niet kan.

Laten we ze openlaten: onze deuren, onze armen, onze geesten.

Laten we pantsers afleggen, en het en de andere tegemoet treden, telkens weer.

Laten we slapende honden keihard wakker maken. Blijven geloven in dromen die ook uitkomen.

Veel verwachten, genoeg spijt hebben, in zeven sloten tegelijk lopen,

alle dingen aankijken, ook dat wat ons verontrust.

En laten we minachting koesteren voor de hopeloosheid,

weten wat we waard zijn, onszelf gunnen wat we verdienen,

want dat is vaak meer dan we geneigd zijn te denken.

En laten we begrijpen wat de liefde is, onthouden dat dat alles is, of toch bijna.

Laten we durven. Ja.”