Overweging 16 juli – Pastor Ko Schuurmans – 2 Martelarenparochies

Verkondiging Martelaren van Gorcumfeest

16 juli 2017  Koog – Zaandijk / Amsterdam

 

– gelezen: 2 Korinthe 4,7 – 15  en  Matteus 13, 1 – 9

 

Stel je voor: er stormen nu een aantal IS-soldaten de kerk binnen, ze zetten ons letterlijk het mes op de keel en we kunnen kiezen: of we worden moslim van het radicaalste soort of we blijven trouw aan ons christelijk geloof, maar dan worden we vermoord. Wat doen we? Ik denk dat de meesten van ons voor het eerste zullen kiezen, want wie wil er nu martelaar worden? Of zijn er toch een paar helden onder ons? Laten we maar geen vingers opsteken. Je weet immers niet hoe je werkelijk zult handelen in zo’n vreselijke situatie. Voor christenen in de door IS veroverde gebieden was en is het echter bittere realiteit. Maar ook daarbuiten worden christenen vervolgd. Ze vluchten massaal weg uit het Nabije Oosten. Of ze worden hevig gediscrimineerd. In Pakistan bijvoorbeeld. En de lijst is daarmee nog lang niet compleet.

We gedenken vandaag de martelaren van Gorcum, de patroonheiligen van onze kerken hier in Amsterdam – Oost en in Koog-Zaandijk. Zij werden vermoord, omdat zij hun geloof in de werkelijke aanwezigheid van Jezus Christus onder de gedaante van brood en wijn in de eucharistie niet wilden opgeven. Ook hielden zij vast aan de paus als leider van de Rooms Katholieke Kerk. In deze tijd zou een dergelijke moord op die 19 mannen in onze streken onmogelijk zijn. Maar toen?

Daarom gaan we terug naar de 16de eeuw. Het was een tijd met veel veranderingen in Europa op allerlei gebied. Dat gold ook voor Nederland. Het gewone volk en de lage adel verarmde. De reformatie kwam op en had de contrareformatie tot gevolg. De Nederlandse gewesten probeerden zich te ontworstelen aan de Spaanse overheersing, die dat niet zonder slag of stoot liet gebeuren. Verschillende steden werden ingenomen door de Spaanse soldaten. Andere steden hielden stand of werden juist ingenomen door de opstandelingen. De opstand o.l.v. Willem van Oranje trok natuurlijk ook veel ruig volk aan. Op sommige plekken grepen zij de macht. Denk maar aan geuzenleider Willem van Lumey, Graaf van der Marck, die huishield in Gorcum en Den Briel. Hij leidde de moord op de paters, broeders, bisdompriesters, die op 9 juli 1572 in Den Briel werden opgehangen. Een versje over hem luidt:

Lumey, graaf van Marcke, hij leefde als een beest en stierf als een varken! Wat had ik dus als jongen op school al moeite om enthousiast te moeten zingen van In naam van Oranje doe open de poort! De geuzen die staan voor de Briel! Er werden wel katholieken vermoord! realiseerde ik mij toen al. Over die beroerde situatie zingt het eerste couplet van het lied dat wij straks tot slot van de viering gaan zingen over onze martelaren van Gorcum.

Zij waren afkomstig van dichtbij of van veraf (Vlaanderen, Brabant, Limburg, Duitsland). De oudste martelaar, broeder Willehad, was zelfs afkomstig uit Sleeswijk- Holstijn (toen Denemarken). Daar vandaan moest hij vluchten. Hij zocht rust in Engeland. Ook daar vond hij het niet. In Gorcum beland werd ook hij opgepakt. Waarom werden al die monniken en wereldpriesters opgepakt? Ze deden toch alleen maar goed werk? Als representanten van de katholieke kerk werden zij echter door de geuzen gezien als verlengstuk, trawanten van de fanatiek katholieke koning van Spanje Philips de II en zijn vertegenwoordiger de hardvochtige hertog van Alva. We zingen er straks over in het tweede couplet.

 

In een oude turfschuur even buiten Den Briel werden de 19 kerkmannen vermoord. Was het een heldendaad? Zij zochten echter de dood niet. Niet alle opgepakte monniken en priesters hielden bovendien stand tijdens de martelingen, die vooraf gingen aan hun dood. Sommigen bekeerden zich onder druk tot de nieuwe godsdienst, het protestantisme. Herkenbaar niet? En zij die stand hielden waren het allemaal heiligen? Dat kun je niet zeggen. Andries Wouters bijvoorbeeld was pastoor in Heinenoord en leefde er samen met een vrouw, dat ook toen verboden was. De norbertijn Jacques Lacops verliet in 1566 het klooster en sloot zich aan bij de reformatie. Hij schreef een boekje tegen de verering van heiligen. Hij kreeg echter spijt en bekeerde zich opnieuw. Govaert van Duynen was al op leeftijd. Wist hij nog wel waar het allemaal over ging? De jonge broeder Cornelis van Wijck was reuze aardig maar ook een beetje dom. Hij wist niet waarom hij werd opgepakt. Bij zijn verhoor zei hij: ik geloof alles wat de gardiaan (de overste) gelooft, want de gardiaan gelooft wat de heilige kerk gelooft! En die andere mannen? Ach, wat is heilig? Hoe het ook zij: de martelaren blijven getuigen – als zelfstandig naamwoord en als werkwoord – van de haat van nota bene medechristenen, hun broeders in het christelijk geloof. Daarover zingen we straks in het derde couplet.

 

Paulus probeert in zijn 2de brief aan de volgelingen van Jezus in de havenstad Korinthe al die mensen die vervolgd worden om hun geloof moed in te spreken. Ook hijzelf wordt naar het leven gestaan. Hij bemoedigt de eerste christenen, de martelaren van Gorcum en alle vervolgde christenen in onze tijd. Is de tekst niet voor ons bedoeld? Wij kennen immers  geloofsvrijheid. Of toch?

 

Terug naar de martelaren van Gorcum en hun geloof, waaraan zij vasthielden, waarom zij werden vermoord. We zijn er bijvoorbeeld allang achter dat het geloof van protestanten en katholieken in de tegenwoordigheid van Jezus tijdens de eucharistie / het avondmaal veel meer met elkaar overeenkomt dan in ieder geval toen gedacht werd. Hun martelaarschap blijft echter betekenis houden als wij – katholieken en protestanten – gaan inzien dat eucharistie- / avondmaalvieren ons boven alles richt op Jezus en ons oproept tot een vrijmakende navolging van Hem. Het is een sacrament dat moed geeft om het uit te houden in dit leven. Als je onder druk wordt gezet bijvoorbeeld in je familie, op je werk, dan word je door die kracht van God toch niet in het nauw gedreven. Ben je in nare situaties om raad verlegen, radeloos zul je niet worden. Word je gepest, getreiterd, vervolgd, God laat je niet in de steek. Ga je onderuit? God zal je nooit loslaten. Voorwaarde is wel, zegt Paulus, dat je gelooft, blijft geloven in Jezus. Dat je hem wilt blijven volgen. En wie gelooft zal blijven spreken oftewel zich blijven verzetten tegen alles wat je aan nare dingen en onrecht om je heen ziet en meemaakt. Dat is het zaaien waartoe wij worden opgeroepen in de evangelielezing naar Matteus. Het zaaien van al het goede waartoe Jezus ons oproept. Ook al gaat veel van het zaad verloren. Is je zaaien tevergeefs. Als je zo gelooft, sluit Paulus af, dan geef je niet – nooit de moed op. Door God zul je hoe dan ook overeind blijven, zeg maar blijven leven! En zijn dat ook geen bemoedigende woorden voor ons, die hoewel niet vervolgd worden vanwege ons geloof het toch lang niet altijd gemakkelijk hebben? Vanwege de anti-christelijke sfeer die steeds meer gaat heersen in ons land. We zingen erover in het vierde couplet van ons slotlied.

 

Het laatste, vijfde couplet van het slotlied gaat nadrukkelijk over nu. De Spaanse bezetting ligt al eeuwen achter ons. Ook de bezetting door de Duitsers hebben de meeste Nederlanders niet meer aan den lijve meegemaakt. Wij leven – goddank! – in een vrij land. Daarnaast groeit de samenwerking tussen de christelijke kerken op tal van terreinen. Hoe kunnen wij die bevorderen? Niet door te blijven hangen bij al te ingewikkelde vaak door de geschiedenis gekleurde tegenstellingen, maar door gezamenlijk te zaaien oftewel te ijveren voor recht en vrede omwille van een leefbare wereld voor iedereen! En is dat niet wat God van ons vraagt? Maar ons ook zijn geestkracht en moed geeft om het daadwerkelijk te doen? Vandaag worden wij opgeroepen de gedachtenis van onze martelaren van Gorcum hoog te houden. Door zelf martelaar te worden? Dat hoeft niet per se. Als we maar getuigen willen worden, want het woord martelaar en getuige beteken ten diepste hetzelfde. Getuigen willen worden van Gods bevrijdende vrede, barmhartigheid en liefde over grenzen heen. Hoe? Door Jezus’ woorden in Godsnaam handen en voeten te geven in ons midden. Vanuit de martelaren van Gorcumkerk in Koog-Zaandijk. En vanuit de martelaren van Gorcumkerk hier in Amsterdam-Oost. Is dat  geen betere naam dan het toch wat deftig, koninklijk klinkende Hofkerk? Of is dat geen aardige opmerking van een toevallige gast? Ach, wat geeft het. Als we Jezus maar blijven volgen. Hoe dan ook. Omwille van vrede en gerechtigheid. Hier en daar. Daar en hier.

Amen!

 

Ko Schuurmans, pastor    

  

Martelaren van Gorcum-lied

 

muziek: John Darwall 1731 – 1789

 

Een land in rep en roer geteisterd door de strijd

om vrijheid en wie hier de ware kerk belijdt.

Wie grijpt de macht?

Gepeupel slaat onschuldigen met domme kracht!

 

Gekomen soms van ver die mannen van de kerk,

zij dienden slechts vol trouw de mensen met hun werk.

Waarom toch slecht?

Trawanten van de koning tegen wie men vecht!

 

Van Gorcum naar den Briel, gehangen in een schuur,

vermoord om hun geloof, gedoofd hun levensvuur.

Een heldendaad?

Getuigen blijven zij van wrede broederhaat.

 

Standvastig hun geloof in Jezus, die als brood

en wijn voor ons zijn leven geeft tot in de dood.

Wat vragen zij?

Volg Jezus in zijn woord en daad. Hij maakt je vrij!

 

Goddank zijn wij bevrijd van meer dan vreemde macht,

de grenzen van een kerk zijn minder dan gedacht.

Wat maakt ons één?

Gods weg naar recht en vrede voor elkaar alleen!

 

 

– voor de jubilerende parochie van de H.H.Martelaren van Gorcum

te Koog – Zaandijk (1932 – 2007)

 

tekst: Ko Schuurmans

 

voorjaar 2007