Toespraak ds Rob Visser – 9 juli

Amsterdam, 9 juli 2017 Rob Visser, stadsdominee

Hier staande in een kerk met de naam “Martelaren van Gorkum”  is , denk ik wel duidelijk, dat we  dit jaar met de herdenking van 500 jaar Reformatie helemaal niets te vieren te hebben. Eigenlijk is het een diepe tragedie, die zich destijds voltrok. Luther  heeft dit nooit gewild. Christenen, die elkaar naar het leven staan en menen de waarheid in pacht te hebben. De benaming van deze kerk spreekt in deze boekdelen.  Er valt daarom dit jaar met 500 jaar Reformatie helemaal niets te vieren. Christenen, die elkaar zo nodig hadden en hebben raakten elkaar kwijt. Een lange zoektocht bleek nodig om zowel het Protestantisme als het Rooms Katholicisme weer enigszins in balans te brengen.

Ik had het voorrecht om in de jaren zeventig in Utrecht te studeren samen met de KTHU-studenten. Je trok op met toekomstige collega’s  binnen de RKK. Daar heb ik van genoten. Ik maakte de euforie mee, waarin we onder leiding van Prof. Berkhof als voorzitter van de Nederlandse Raad van Kerken  elkaar zochten en zelfs vonden. Het resultaat van het aggiornamento, begin zestiger jaren door mijn favoriete paus Johannes XIII geïnstigeerd, was een oecumenische herkenning met mooie horizonten. In de jaren tachtig mocht ik nog samen met  de hulpbisschop van Utrecht  monseigneur De Kok (destijds mijn hoogleraar kerkgeschiedenis )  de eucharistie meevieren en uitdelen. Talloze oecumenische vieringen heb ik mogen meevieren. Maar het zou anders lopen. Luiken sloten en het oecumenisch élan vloeide weg.  Maar de hemel heeft humor. Precies 50 jaar na de dood van Johannes XXIII diende zich weer een paus aan met de naam Franciscus. En zoeken we opnieuw de grenzen op van wat kerkelijk mogelijk is en geven de moed niet op.

“Eenheid zal een gevolg zijn van vernieuwing”, zo sprak Dr.Visser ’t Hooft en  Paus Johannes XXIII zou het nog indringender zeggen: “ De kerken dienen in de oecumenische beweging op weg te zijn te ontdekken wat het betekent om als hele kerk het hele Evangelie te brengen aan de hele wereld”. Het gaat om vernieuwing van het Christelijk leven der gelovigen”.

Zoeken naar eenheid is  bereidheid opbrengen aan jezelf te sterven. De ander tot op het bot serieus nemen. Als stadsdominee heb ik het voorrecht de stad te dienen, die met drie kruisen wordt gekenmerkt en waaraan koningin Wilhelmina in 1947 uit erkentelijkheid voor wat de stad deed in de tweede Wereldoorlog de drie woorden gaf: “heldhaftig, barmhartig en vastberaden”.

Een stad, waarover Geert Mak schreef in zijn recentelijk verschenen boek ”de levens van Jan Six”. Hij citeert daar de militaire adviseur van Koning Lodewijk XIV, die vol walging over Amsterdam schreef als “een stad, waar arminianen, wederdopers, libertijnen, en wie ook, om maar te zwijgen over Turken, Joden en Perzen” door elkaar leefden en nog wel in alle vrijheid!”

Daarom past het juist deze stad, die vanuit haar geschiedenis gekenmerkt wordt door tolerantie en waar dus ook tot deze dag de PVV geen voet aan de kracht kreeg na te denken over wat ons te doen staat in dit tijdsgewricht, waarin de hele wereld een ongekend veranderingsproces doormaakt. Het gaat om klimaatbeheersing, kwestie Korea, IS, de onafzienbare vluchtelingenstroom vanuit Afrika, de positie van Europa, die zich geconfronteerd weet met opkomende economieën als China en India.

En wie nu ongemakkelijk wegkijkt, want het gaat toch niet over politiek in de kerk, moet wel weten, dat oecumene beduidt: “de hele bewoonde wereld”. Het gaat God om de gehele wereld, met minder kan het niet toe en oecumene veronderstelt bewogenheid met die wereld, bewogen broeders en zusters, beweeglijk als wilde ganzen!

Binnen de Protestantse Kerk kijken we met gepaste jaloezie naar uw kerkleiders. Paus Johannes XXIII, die een indrukwekkende  vernieuwingsbeweging inzette door Vaticanum 2 bijeen te roepen in 1961, maar ook Johannes Paulus II , die op bezoek ging bij de Russisch orthodoxe Kerk, de Moslimleider en Israel. Daar sprak deze paus het bijzondere gebed: God onze Vader. U hebt Abraham en zijn nageslacht uitverkoren om de volkeren uw naam te brengen. Wij zijn ten diepste bedroefd om het gedrag van al degenen, die in de loop van de geschiedenis uw kinderen leed hebben berokkend en we vragen daarvoor vergeving. We willen ons inspannen om ware broederschap-op te bouwen net het volk van het Verbond.

En nooit zullen we de dag vergeten, dat de huidige paus Franciscus zijn pontificaat aanvaardde met de woorden, “broeders en zusters, goedenavond” om dan vervolgens voor een doodstil Pietersplein 17 seconden zich te buigen voor God en de menigte alvorens de zegen uit te spreken De tijd zal leren hoe groot de verdienste van deze kerkleider zal zijn, maar reeds na 4 jaar is die ongekend.

Ik spreek hierover met vreugde, want deze paus is ook onze paus, ook mijn paus.  De drie woorden van Amsterdams karakter slaan evenzeer op hem: vastberaden, heldhaftig en barmhartig.

Daarom is het goed, dat we in uw Niciolaasbasiliek eind oktober de Reformatie van 500 jaar geleden herdenken. Een beweging, die eigenlijk niets anders wilde dan goede antwoorden zoeken op de RK vragen. Luther was en bleef een door en door Roomse jongen, die geen andere kerk wenste, maar nieuwe impulsen wilde geven aan vastgeroeste praktijken en daarin vanuit het verstaan van de Romeinenbrief de kerk voorhield, dat andere accenten gelegd dienden te worden.

Het staat vast, dat Luther van wat er in die 500 jaar is gebeurd zich ten volle zou distantiëren. De tergende verdeeldheid en het dogmatisme, de zucht tot verkerkelijking van de werkelijkheid  ipv verwerkelijking van de kerkelijkheid ( vd. Heuvel),  het zou hem en de mede-Reformatoren verbijsteren.

Maar gelukkig leren we bewegen. En bewegen kost energie en kost bereidheid om  te volharden. Niet bij de pakken neer te zitten maar bereid te zijn aan jezelf te sterven.. Soms brandt het kaarsje van de hoop, soms flakkert het. Maar we houden vast en we houden vol. Zoals prof. Berkhof, die, zoals gezegd, in de zeventiger en tachtiger jaren heel veel betekend heeft voor de oecumenische beweging in ons land het zei:

Moed is er nodig om nog maar steeds te berusten in de veelheid van kerken en Avondmalen. Voor de nieuwe weg naar eenheid is geen moed nodig, maar een zelfverloochenende en niet versagende geloofsgehoorzaamheid.

Laten we lijken op de kaarsen, die we zo veelvuldig branden in ruimten als deze. En zo’n kaars kan ons tot een les zijn. Want als we dan zo graag het licht van eenheid ,van troost en inspiratie willen uitstralen en daartoe ons hart brandende houden vol verwachting op wat komen gaat, dan zal het ons ook vergaan als deze kaars. Langzaam slijten we aan onze roeping, langzaam branden we op maar zoals Prediker het zegt: God zoekt weer op, wat voorbijgaat. En dan komen er weer nieuwe impulsen, nieuwe woorden en nieuwe gedachten en zullen nieuwe kaarsen gaan branden met andere kleuren en in andere gedaanten. En het licht van díé hoop zal nooit doven!