Overweging 29 januari 2017, Frank de Haas

Viering met LWM / Voorgangers Janneke de Bruin en Frank de Haas

Sefanja 2, 3; 3, 12-13 / Matteüs 5, 1-12a

 

Beste medeparochianen,

 

We hebben een heel bekende en vertrouwde evangelielezing vandaag. De lezing uit Matteüs van de zogenaamde zaligsprekingen. In een bekende vertaling. Er is ook een heel andere, maar ook heel mooie vertaling van broeder Pius Drijvers. Hij bracht de laatste jaren van zijn leven door in abdij Koningshoeven in Tilburg en overleed daar in 2013. Die tekst ziet u op bladzijde 2 van uw boekje. Laten we die ook even lezen:

Wat een geluk, wanneer je niets te verliezen hebt,
want dan hoor je bij God.
Wat een geluk, wanneer je niet oppervlakkig over alle ellende heen leeft,
want je zult worden getroost.
Wat een geluk, wanneer je een mild mens bent,
want je zult het beloofde land bezitten.
Wat een geluk, wanneer je verlangt dat alles terecht komt,
want je zult het overvloedig zien gebeuren.
Wat een geluk, wanneer je durft vergeven,
want je zult genadig worden behandeld.
Wat een geluk, wanneer je hart ongecompliceerd is,
want je zult God zien.
Wat een geluk, wanneer je vrede sticht,
want God zal je zijn kind noemen.
Wat een geluk, wanneer je lijdt om te bereiken dat alles terecht komt,
want dan hoor je bij God thuis.

 

Hoe is de situatie rond die zaligsprekingen? Jezus spreekt tot zijn discipelen. Zoals Hij dat in Zijn leven zo vaak gedaan heeft. Hij creëert nadrukkelijk die situatie op de berg. Hij maakt er, zou je kunnen zeggen, een optimale leersituatie van. Hij roept zijn leerlingen op:  kom bijeen! Zoek een plek en ga zitten. Wees stil en luister. Wees er met al je aandacht bij. Concentreer je. Ik heb het een en ander te zeggen. En wat ik wil gaan zeggen, is heel belangrijk. Daar op die berg, op dat moment, gaat er iets gebeuren wat van grote betekenis is. Van de leerlingen wordt gevraagd om secuur te luisteren. Het is een situatie die wat doet denken aan het moment waarop Mozes afdaalde van de berg, met de stenen tafelen in zijn handen. Ook dat was een cruciaal moment. De stenen tafelen, met de 10 geboden. Hier treedt nu Jezus op, als leraar, als de nieuwe Mozes. Jezus, als bevrijder van mensen, houdt daar zijn prachtige toespraak. Met een rijke inhoud, vol inspiratie. Door de actualiteit van deze weken – de recente inauguratie van Donald Trump – moest ik even aan Barack Obama denken, de vorige president van de VS. Wat een onvergetelijke toespraken heeft die gehouden!

 

De zaligsprekingen. Ze zijn er o.a. dus ook in die mooie vertaling van Pius Drijvers. In een taal van deze tijd. Heel concreet en praktisch. Kijk eens waartoe we in zijn woorden worden opgeroepen. Trek je de ellende in deze wereld aan. En doe er wat aan, zou ik willen toevoegen. Wees mild. Het lijkt me dat we daar in deze onverdraagzame tijd een enorme behoefte aan hebben en dat we die mildheid heel goed kunnen gebruiken. Vergeef je naaste. Zeker niet makkelijk. Werk aan de vrede. Zet je in voor een betere wereld, al zal dat bloed, zweet en tranen kosten.

Zijn de woorden van Jezus ook de woorden van onze Kerk? Van die grote gemeenschap van gelovigen waar wij onderdeel van zijn? De tijden zijn veranderd. Vroeger werden ons vele zekerheden voorgehouden. Nu niet meer. Zo is deze tijd niet meer. Zo is de Kerk niet meer, of, denk ik, zo zou de Kerk niet meer moeten zijn. Om bij de evangelielezing te blijven: geen prediking van zekerheden, maar van zaligheden. Waarvan de kern is, dat het gaat om de barmhartigheid.

Bij die Kerk “nieuwe stijl” hoort, en ik verwijs ook naar de eerste lezing, van Sefanja, een ootmoedig en bescheiden volk. Laten we, wie we ook zijn, oog hebben voor het grote geluk dat in het kleine verscholen ligt. Dat we opkomen voor kleine mensen.

In die eerste lezing spreekt Sefanja over de dag van de Heer. Over een dag des oordeels. Die dag hoeft geen duisternis te brengen, als het volk bereid is zich te bekeren. Zie de overeenkomsten tussen de beide lezingen. Zie de oproep tot een bescheiden levenshouding. Een oproep tot armoede van geest, een oproep om gerechtigheid te doen. Barmhartigheid, gerechtigheid. Neem de verwerkelijking daarvan als levensideaal. Mooi begrip vind ik dat. Wat is ons levensideaal? Hebben we zoiets? Daar zouden we nog eens een inspirerende gedachtewisseling met elkaar over kunnen hebben.

De Bergrede is een van de vijf grote redes die Jezus gehouden heeft. Redes waarin Jezus optimaal in die rol en houding van leraar hoorbaar, zichtbaar en invoelbaar is. Er moet geleerd worden! Dit is onderricht. Grote en betekenisvolle woorden worden ons voorgehouden. Over zachtmoedigheid, barmhartigheid, zuiverheid, vredelievendheid.

Woorden waarvan het goed is ze weer eens in al hun kracht tot ons te laten doordringen. Zet ze eens tegenover die harde en vaak onverzoenlijke woorden die we nu en op zoveel plaatsen, hier in Nederland en daarbuiten, horen. De verkilling. De intolerantie. Het populisme. Maar het is goed en belangrijk dat we vooral ook terdege naar onszelf kijken. Hoe zijn wij? Hoe uiten en gedragen wij ons zelf?

Zie hoezeer Jezus zich het lot aantrekt van bij uitstek de armen, de verschoppelingen, de verdrukten. Met dit verhaal over de zaligsprekingen doelt Matteus feitelijk op belangrijke deugden. Op innerlijke waarden. Op de innerlijke gesteldheid van ons hart.

God kiest voor de gebrekkigen, voor wie het zwaar hebben. Gods ideale volk (zie de eerste én de tweede lezing) is een bescheiden volk.

Bescheiden en ootmoedig zijn… Er wordt veel van ons gevraagd. Dat betekent onder meer begrip opbrengen voor anderen die misschien niet altijd op onze wijze in het leven staan en die misschien andere keuzes maken dan wij doen. Dus geen beoordeling, laat staan veroordeling, maar op z’n minst een poging tot begrip.

Bescheiden en ootmoedig. Durf een mens met tekortkomingen te zijn. Geen valse trots, geen hoogmoed. Te vaak aanhoren we woorden van diegenen die zich met veel poeha verheffen, de blaaskaken.

In meerdere landen staan we voor het verkiezen van onze leiders. Dat het leiders mogen zijn die midden tussen ons in staan. Geen leiders die het allemaal wel even zullen regelen. Bij het leiderschap van Jezus gaat het om het uitnodigen van mensen, ze serieus nemen.

De bergrede zouden we ook kunnen zien als een soort van regeringsverklaring. Wat voor wereld, wat voor samenleving streven we met elkaar na?  En ook: wat is de zin van ons bestaan? Belangrijke begrippen in de verklaring zijn: vergeving, verzoening en verbinding.

Zalig de armen van geest: we kunnen dat ook zo uitdrukken: wat zijn zij gezegend. Armen van geest: mensen die vechten voor de gerechtigheid. Maar ze zijn arm, omdat ze de strijd moe zijn, omdat ze ontgoocheld raken, gedesillusioneerd, doodmoe.

Zo sluiten de lezingen van deze zondag eigenlijk prachtig aan bij het thema dat we voor dit lopende kerkelijke seizoen hebben gekozen: staan voor je geloof. Het zijn in dit hele seizoen onderwerpen waar we tijdens de vieringen, in presentaties en in onderling gesprek bij stilstaan. De lezingen van vandaag nodigen ons ook nadrukkelijk uit tot dat gesprek. Tot het nadenken en van gedachte wisselen over onze levenshouding. Waartoe zetten die bijbelse teksten ons aan? Wat betekent dat Woord dat hier verkondigd wordt?

Welke konsekwenties kunnen of moeten we uit ons geloof trekken? In maart hebben we de zondagen met gastsprekers die hun kijk op het thema zullen geven, met aandacht voor moedige mensen die stonden voor hun geloof. Dan gaat het bijvoorbeeld over de theoloog en predikant Dietrich Bonhoeffer, die zich in de jaren 30 en 40 verzette tegen het nazibewind in Duitsland en dat met de dood moest bekopen. En op 1  april wijden we een bijzondere vesperviering aan Etty Hillesum, de joodse vrouw die in de donkerste oorlogsjaren bewonderenswaardig krachtig bleef en een steun voor haar omgeving, zelfs in het kamp waarin ze omkwam. Haar nagelaten geschriften zijn van een enorme schoonheid.

En we sluiten ons kerkelijk seizoen dan op inspirerende wijze af op 7, 8, en 9 juli. U zult er nog veel over horen.

Leven is – ik zeg dat nog maar eens – levenslang tasten, struikelen, aarzelen, twijfelen. Zoeken naar de juiste weg. In de persoonlijke sfeer. Vanuit de Kerk. Vanuit deze geloofsgemeenschap. Waarin we nadrukkelijk verbinding zoeken. Met elkaar, met de buurt, met de wereld om ons heen. Met andere gelovigen, met anderen met een wellicht heel andere levensovertuiging. Omdat we er samen voor staan om gerechtigheid op deze wereld te brengen. Om deze aarde te eerbiedigen en voor onze kinderen en kleinkinderen een humaan leven ook in de verre toekomst te garanderen.

Hoe houden we elkaar vast?  In onderling gesprek. In het geloofsgesprek. In ontmoetingen waarin we leerling maar soms ook leraar zijn. Omdat we elkaar veel te zeggen hebben. Met welke levenshouding doen we dat? In het lied dat we daarnet na het evangelie zongen, wordt het heel mooi verwoord:

“Wie zijn leven niet wil geven, niet wil delen met zovelen, met een ander, gaat verloren. Wie wil geven wat hij heeft, die zal leven, opgegeten, die zal weten dat hij leeft”.

Amen.