Overweging Ari van Buuren

Leviticus 13,1-2;45-46 en Marcus 1,40-45

 

  • 1

Drie jaren geleden, op 11 februari 2018, hield ik een overweging over dezelfde Lezingen als vandaag. Wat is er sindsdien ongelofelijk veel veranderd! Aanraken, zomaar of spontaan anderen  aanraken is thans niet vanzelfsprekend. We geven geen handen, omhelzen niet, mogen niet naar de kapper.

Her en der hangen affiches, die je hierin toch wat op het verkeerde been zetten. “Ik hou van je” lees je in de verte, op het eerste gezicht. Maar dichterbij zie je, dat er nog een woord tússen staat: ‘afstand’. De volledige tekst is: “ik hou afstand van je”.

 

Vandaag op Valentijnsdag merken we – gelukkig – eventjes wat minder van afstandelijkheid. Er is nog een of twee dagen ijspret. Als vanzelf houd je op het ijs wat meer afstand van elkaar. Maar er wordt soms nog door koppels gezwierd over het ijs. Op de bevroren Lek bij Schoonhoven raakte het vorige eeuw voorgoed ‘aan’ tussen mijn zwierende ouders.

  • 2

De tijden van toen, zeker ook de tijd van Jezus’ rondwandeling op aarde, zijn anders èn eender. Hoe kunnen we toen en nu met elkaar vergelijken?

Grappig is, dat de eeuwen door de taal verandert. Welke woorden gebruiken we? En hoe? Oude woorden verdwijnen. Maar er ontstaan ook nieuwe woorden – chic: neologismen geheten.

Sinds 2003 en vooral sinds corona is het woord ‘huidhonger’ steeds meer in omloop gekomen. Met dit pijnlijke, maar ook bijna poëtische woord bedoelen we ons huidige gebrek aan liefdevolle aanrakingen: handdrukken, knuffels, schouderklopjes, plakzoenen van kleine kinderen, intimiteit.

 

Als je wordt aangeraakt, komt er in onze hersenen oxytocine vrij: het geluks- of knuffel-hormoon. Als dit te weinig gebeurt krijg je last van huidhonger.

Als je wordt aangeraakt, dan voel je letterlijk: ik lééf.

Als je nauwelijks nog wordt aangeraakt, kun je je zelfs afvragen of je wel meetelt of gezien wordt. Depressieve gevoelens kunnen een gevolg zijn van een tekort aan aanrakingen. Het leven wordt een soort van Godverlaten woestijn….

  • 3

Wordt het leven een soort woestijn?

Zoiets zal de melaatse uit het zondagsevangelie ook gevoeld hebben!

Hij heeft genoeg van het isolement, de permanente quarantaine door zijn zieke lijf. Hij mag ook niet meer naar de Tempel of een Synagoge. Maar vrijmoedig stapt hij ondanks het contactverbod op Jezus af.

Zal die hem reinigen, bevrijden, aanraken?

 

Bij die melaatse uit Jezus’ tijd past inmiddels ook een nieuw woord.

Dàt neologisme is er sinds 2004: ‘huidvraat’. Dat is een nòg pijnlijker klinkend woord – huid-vraat… De huidige bijbel-vertalers hebben dit woord uitgevonden. Waarom? Omdat ons begrip ‘melaatsheid’ niet klopt op wat de Bijbel bedoelt.

Mag ik dit kort even toelichten?In de Lezing uit Leviticus 13 spreekt onze Willibrordvertaling terecht van een ‘huidziekte’. In het Oude Testament luidt het oud-Hebreeuwse woord daarvoor: ‘tsara’at’. Dat wordt in het oud-Grieks van het Nieuwe Testament met ‘lepra’ weergegeven.

Maar in de Bijbel wordt niet òns ziekte-begrip lepra of melaatsheid bedoeld. Bedoeld is een scala van huid-aandoeningen – b.v. psoriasis of eczeem – waardoor je toen onrein werd voor God en de mensen.

In 2004 bedachten bijbelvertalers van de NBV daarom dit nieuwe woord: ‘huidvraat’. Dit woord is ècht een vondst. Het staat inmiddels al in de Van Dale. Huidvraat – dat klinkt heftig, en dat is het ook! Deze uiterst besmettelijke ziekte vreet je op. Het vreet je leven aan. Het zet je buiten de samenleving. De lockdown was veel erger dan nu bij ons…

  • 4

Wie raakte zulke patiënten nog aan? Jezus deed dat.

En eeuwen later raakten 2 beroemd geworden heiligen melaatsen en lepralijders heel bewust aan!

Ik bedoel St. Franciscus van Assisi (1181-1226) in de 13de eeuw en de Belgische Pater Damiaan (1840-1889) in de 19de eeuw. Pater Damiaan werd daarom in 2009 de beschermheilige van lepralijders en aidspatiënten. Huidvraat lijkt wel op lepra, aids of corona.

De ondermijning door zulke ziektes is eender èn anders…

In de 1ste eeuw werd iemand, bij wie huidvraat was vastgesteld, nog één keer naar de Synagoge gebracht. Daar werd dan zelfs de liturgie van de doden gevierd! Deze zieken werden als levende doden daarna uit de samenleving, ook uit hun gezin verbannen. Bezoek krijgen was er niet meer bij.

Bij onverwachte ontmoetingen moesten zij zèlf(s) schreeuwen: “Pas op, kom niet dichterbij, houd afstand! Ik ben, wij zijn melaats!” Ze verbleven buiten de steden in een permanente quarantaine.

We hoorden het ook in de Lezing uit Leviticus 13. Ze mochten niet in de stad komen. Ze moesten in gescheurde kleren lopen. En met loshangend hoofdhaar. Mannen moesten hun baard bedekken. Ze moesten roepen: “Onrein! Onrein!”

En mochten mensen met huidvraat tòch genezen dan moesten ze naar de tempel voor een uitgebreid reinigings-ritueel als begin van hun resocialisatie. Dat zegt Jezus nog eens uitdrukkelijk tegen de door hem gereinigde man.

Huidvraat: het lijkt ook wel erger dan corona; er waren toen geen vaccins…

  • 5

Het evangelie van vandaag zou ik een aanrakings-evangelie willen noemen.

Vrijmoedig en brutaal is de zieke op Jezus afgestapt. Onverwacht is Jezus zeer benaderbaar, zeer teder en barmhartig. Je bespeurt bij hem heilig verdriet en medeleven.

Tegelijk legt Jezus vrij streng een spreek-verbod op aan de genezen man. Die stoort zich er, in al zijn opwinding en vreugde over zijn genezing niet aan. Het gevolg is, dat Jezus en de genezen man stuivertje wisselen.

De een kwam uit de woestijn, de ander: Jezus komt er nu in terecht. Jezus gaat in plaats van de genezene naar de woestijn. Vanouds heet Jezus plaatsvervanger, plaatsbekleder. Hij gaat in onze plaats staan. Hij pendelt – en wij met hem en hij met ons – heen en weer tussen licht en donker, rust en eenzaamheid, vrijheid en vlucht, inspiratie en beproeving.

De woestijn, de eenzame plek is de ene keer een verademing; daar kun je mediteren en bidden, tot rust komen. De andere keer is er een helse ervaring van Godverlatenheid.

In dit alles vinden we Christus aan onze zijde. Laten we er daarom oog voor hebben: laten we het Licht zoeken en zien, het Licht vinden en zijn…

Dit gebeurt allemaal als we ons laten genezen van onze ‘melaatsheid’, geestelijk en spiritueel. Wie is er niet ergens melaats? Wie heeft er helemaal geen huidvraat? Maar òòk huidhonger?

Daarvoor hebben we goddelijke aanraking als van Jezus nodig.

  • 6

Janneke Stegeman, die in 2016 Theoloog des Vaderlands was, zegt het zo in deze tijd van huidhonger:

“In aanraking ontmoet je elkaar en bevestig je elkaar. Je raakt elkaar, je laat je raken. Je verandert aan elkaar, maar dringt je niet op. Wij hèbben Christus niet, en ook de ander niet. ‘Raak me niet aan,’ kan de ander altijd zeggen.” Dat zegt Christus met Pasen ook tegen Maria Magdalena.

“Je kunt aanraking niet opeisen, zoals je geraakt- worden niet kunt opeisen. Het gebeurt, het is genade als zoiets gebeurt. We bezitten Christus niet, we bezitten elkaar niet.

We kunnen deel worden van Christus en van elkaars leven, we kunnen delen in elkaars lichamelijkheid. We bezitten elkaar niet, we gaan relaties met elkaar aan. Waarin we elkaar raken, soms pijn doen, en elkaar kunnen helen. Moge het zo zijn dat we elkaar raken, vinden en helen.”

  • 7

Zo worden we samen aan de Tafel van de Heer door Christus aangeraakt: Lichaam van Christus….

In de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Amen

Vieringen

Zondag
10:30 uur: Liturgieviering. Dit kan afwisselend een eucharistie- of een woord en communieviering zijn. Zie hiervoor het liturgierooster,waar u ook nadere informatie vindt over de voorganger en het dienstdoende koor.

Contact

Parochie H.H. Martelaren van Gorcum
Linnaeushof 94
1098KT Amsterdam
Bereikbaar via voicemail op 020-6653830
E-mailadres:  secretariaat@hofkerk.amsterdam

 

U kunt ook het contactformulier gebruiken.