Jezus Sirach 27, 4-7; Lucas 6, 39-45
Beste medeparochianen,
1
Wat een mooie beelden staan er in de eerste lezing van vandaag. Ze hebben een soort vanzelfsprekendheid en logica, en een duidelijke samenhang. Over de zeef en het kaf. Over de pottenbakker en de oven. Over de vruchten van de boom en de boomgaard. En vooral over het spreken van de mens. Want daarin wordt de mens hoor- en zichtbaar en leer je die mens kennen. En zo sluiten deze regels uit Jezus Sirach mooi aan bij de slotzin van het evangelie: waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over.
2
Dat evangelie van vandaag is een vertrouwde tekst. Over het hart en de mond, en zeker ook over die splinter en de balk. Toch is het belangrijk om deze tekst weer eens goed te ‘proeven’, wat is de betekenis ervan? Nou ja, dat is natuurlijk ook de bedoeling van de verkondiging. Deze hele lezing heeft te maken met ons oordelen of moet ik misschien liever zeggen: ons niet oordelen, of onze terughoudendheid bij dat oordelen. Dat thema komt nogal eens terug in onze vieringen. Het is kennelijk een belangrijk thema in de Schrift. Diaken Patrick Gunther sprak er vorige week zondag in zijn overweging ook over. Oordelen, beoordelen, en ook veroordelen: hoe vaak komt dit in onze dagelijkse menselijke communicatie niet terug? Ja, hoe moeilijk is het toch om niet direct een oordeel uit te spreken over iets wat je ziet of hoort of meemaakt? Hoe zouden de broeders en zusters in de vroege christelijke gemeente daarmee zijn omgegaan?
3
Die evangelietekst is een lezing vol beeldspraak. En zegt ons: sta niet onmiddellijk met je oordeel klaar. ‘Waarom kijkt ge naar de splinter in het oog van uw broeder en waarom slaat ge geen acht op de balk in uw eigen oog’? Vers 41. Kijk eerst eens naar jezelf, wordt ons voorgehouden. Als je dat niet doet, zou je je wel eens huichelachtig kunnen gedragen. En als we kijken naar de boom en zijn vruchten… Laten we ons dan de vraag stellen: wat komt er uit ons hart? Waar dat hart van vol is, dat kan heel mooi, dat kan buitengewoon positief zijn. Ik merkte het zelf in de eerste dagen na de geboorte van mijn kleinzoon Daan op 6 februari. Voortdurend wilde ik erover praten. Overigens nog steeds hoor. Maar uit het hart komt niet louter goeds tevoorschijn. Zie vers 45 over het goede uit de schat van goedheid maar ook het slechte uit de schat van slechtheid.
4
De lezingen van vandaag leiden ons ook tot deze vraag: Kijken we wel eens naar onszelf in de spiegel? En dan is dat vooral figuurlijk bedoeld. Hoe vaak en hoe intensief reflecteren we over ons eigen handelen, ons eigen gedrag, onze eigen woorden? Hoe oordelen we daar zelf over? Hoe zelfkritisch zijn we? Het zijn mooie gelijkenissen in het evangelie. De mooiste is misschien wel dat beeld van de boom met vruchten. Hier wordt de kerk bedoeld. Kijk eens naar wat er uit ons hart komt in die omgeving die voor ons allen zo belangrijk is. Hoe gaan we daar met elkaar om? In de Martelaren, binnen Clara en Franciscus, maar breder ook. Ook daar is reflectie zo belangrijk. In de parochievergadering spraken we afgelopen donderdag in een grote kring over de toekomst van Clara en Franciscus, en daarmee ook van de Martelaren. Daar werd gezamenlijk gereflecteerd. Er werd naar elkaar geluisterd. Er ontstond nieuwe energie om te werken aan de vitaliteit van de Martelaren in de komende jaren. En daar werd nog eens het belang onderstreept van samenwerking met de andere locaties. We kunnen van elkaar leren en profiteren van elkaars sterke kanten, van elkaars talenten. De reflectie wordt voortgezet.
5
Ik zeg dit vaak en herhaal het graag: wat een rijke inhoud ontspruit er toch aan de teksten in de Schrift. Ze zetten ons telkens weer aan het denken. Nodigen ons uit tot die zelfreflectie. Waar het hart van vol is, in onze contacten met de ander. Het hart als centrum van ons wezen. Als centrum van onze gemoedstoestand, onze gedachten, ons hele doen en laten.
6
Zo komen we vanzelf ook weer uit bij ons geloof. Niet zo vreemd natuurlijk voor een geloofsgemeenschap. Dat geloof wordt gevoed en mede bepaald door de gemeenschap waarvan we deel uitmaken. Maar we moeten niet alleen daarnaar kijken. Ook hier weer worden we als het ware uitgenodigd om onszelf onder de loupe te nemen. Wat en waar is het eigen hart? En denk aan onze persoonlijke relatie met God. Het is een mooi en betekenisvol zinnetje: je bent zijn geliefde kind. De liefde van God. Hij, de Eeuwige, die ons nabij is. Over dat hart zong Meerklank na het evangelie een mooi lied, met onder meer deze regels:
‘Waar is de plaats waar ik de ander vind?
Neem mij mee!
Waar ik leer zien wat ons samenbindt?
Neem mij mee!
Kan daar leren voelen hun vreugde en hun pijn.
Kan daar herontdekken hoe weer mens te zijn.
‘k Ga met U op pad.
De reis terug naar mijn hart’.
7
We spreken er vaak over: hoe ontzettend veel gebeurt er in deze tijd niet om ons heen? In ons persoonlijk leven. Maar ook veel breder. Het is momenteel wel een dagelijkse ervaring: we worden haast platgeslagen door wat er in de wereld gebeurt. Verbijsterend. En dan noemen we vaak de Verenigde Staten, Rusland. En stellen de vraag: komt er werkelijke vrede in Oekraïne? En komt er (ooit) werkelijke vrede in het Nabije Oosten? We zien de enorme vluchtelingenstromen in onze wereld. En hoe ontvangen we die vluchtelingen in ons eigen land? Hoe gaan we met ze om? Het is een gestreste wereld. Waarin ons vertrouwen in een goede toekomst telkens weer geschokt wordt. Maar we leven in het jaar van de hoop. We kunnen elkaar helpen om onmiskenbare tekens van hoop toch te blijven zien.
8
Gods liefde, zo zichtbaar geworden in Zijn Zoon, blijft ons grote voorbeeld. De Eeuwige als trooster, als aanmoediger, als inspirator. Voeding voor ons leven van elke dag, voor ons samenzijn, waar dan ook. Waarin we openstaan voor de ander. Weg valt dan die balk. Dan kan ik zien: de splinter in het oog van die ander. In een open contact, gericht op zien en luisteren.
9
Dat we zonder oordeel tegenover elkaar uitspreken wat er leeft in ons hart. Dat zou zo mooi zijn. En dat we proberen over ons geloof te reflecteren, er woorden aan te geven. In ons spreken en handelen wordt onze geloofsaard zichtbaar. En dat we niemand buitensluiten. Dat we met een mooi woord een inclusieve kerk zijn, een uitnodigende en mag ik het nog eens zeggen: een hartelijke kerk.
‘Hier wordt de stem gehoord die nog niet klinken mag.
Mensen die hopen op, ooit, hun bevrijdingsdag’.
Amen