Overweging Frans Woortmeijer

Handelingen 9, 26-31

Johannes 15, 1-8

1

 

Het boek Handelingen der Apostelen wordt traditioneel in de kerk gebruikt als leverancier voor de eerste lezing op de zondagen tussen Pasen en Pinksteren.

Verder door het jaar schittert Handelingen door afwezigheid. Het boek, traditioneel toegeschreven aan de evangelist Lucas, volgt in het Nieuwe Testament op de vier Evangeliën. De titel dekt niet geheel de lading, want de eerste helft van het boek gaat over Petrus, terwijl de nadruk in het tweede deel op de apostel Paulus ligt. En over de apostel Paulus, eerst Saulus geheten, gaat de eerste lezing van vandaag.

Saulus is geboren in Tarsus en volgens sommigen beschikte hij over het Romeins staatsburgerschap. Hij was Farizeeër en zoon van een Farizeeër en hij was een fervent hater van alles wat met Christus en zijn leer te maken had. Veel nieuw gedoopte volgelingen van Christus waren naar Damascus gevlucht om aan vervolging te ontkomen. Om hen op te sporen en als gevangenen terug te voeren naar Jeruzalem reisde ook Saulus naar Damascus, maar vlak voordat hij daar aankwam verscheen Christus hem met de woorden: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je mij?’ Het bekeringsverhaal dat hierop volgt is welbekend en zo werd Saulus tot Paulus en van tegenstander van Jezus tot de missionaris die de nieuwe leer naar de heidenen zou brengen.

Maar wat horen we in de eerste lezing van deze dag? ‘Toen hij terug in Jeruzalem was wilde hij zich aansluiten bij de leerlingen, maar die waren bang voor hem omdat ze niet geloofden dat ook hij een leerling was geworden.’ Door zijn daden in het verleden is het te begrijpen dat de bekeerde Paulus in Jeruzalem niet meteen met open armen werd ontvangen.

Het zou altijd een gevoelig punt blijven: Paulus tegenover de oorspronkelijke leerlingen van Jezus. Het was Barnabas, een gedoopte van het eerste uur, die zich zijn lot aantrok en de apostelen overtuigde hem hun vertrouwen te schenken. Sedert die dag ‘liep hij openlijk met de apostelen in Jeruzalem rond en verkondigde vrijmoedig de naam van de Heer.’ Maar door deze houding viel Paulus in ongenade bij zijn vroegere geestverwanten die een aanslag op zijn leven beraamden.

Om aan deze aanslagen te ontsnappen, reisde Paulus  naar Caesarea en daarna naar Tarsus. Van daar zal hij zijn hele leven blijven reizen om Christus aan de heidenen te verkondigen.

Waar de oorspronkelijke leerlingen Christenen zagen als een soort bekeerde, nieuwe Joden, verkondigde Paulus het Christendom aan de heidenen, zonder dat deze eerst Jood hoefden te worden. Als zodanig heeft hij grote invloed gehad op de verspreiding van het Christendom in Europa, tot in onze streken toe.

Ook hoe het Christendom zich los van zijn Joodse wortels ontwikkelde, is grotendeels Paulus’ werk geweest. Veel theologen vragen zich zelfs af waar de Christelijke leer ophoudt en het Paulinisme begint, maar dat is een discussie die we hier niet zullen behandelen.

 

2

 

Dan kijken we nu naar de evangelielezing. Ik zal u bekennen dat ik de interpretatie niet makkelijk vind. Op internet staat de ene theologische interpretatie naast de andere, kortom de geleerden zijn het niet eens.

Een van de leden van de voorbereidingsgroep voor deze viering wees me op een interessant artikel over deze lezing, waaruit blijkt dat er onenigheid is over het tweede vers in de lezing van vandaag: We lazen: “Als een van mijn ranken geen vrucht draagt, snoeit Hij die weg.” Dat weg, van wegsnoeien is de vertaling van het Griekse woordje apo, maar in de Griekse grondtekst komt dat woord niet voor. Als je de grondtekst letterlijk vertaalt staat er niet wegsnoeien maar opbinden. En dat is echt iets anders, want als je een rank opbindt, verzorg je hem, terwijl als je hem wegsnijdt… Nou ja, dan is hij weg.

Wij allen zijn de ranken aan de wijnstok van Christus en God zij dank, al draag je soms bitter weinig vrucht, Christus snijdt je niet zo maar weg, maar Hij raapt je op, bindt je op. Op hoop van zegen.

 

3

 

Ik ben geen theoloog, dus ik laat de interpretaties maar voor wat ze zijn en probeer mijn gezonde verstand te gebruiken:

Christus is de stam van de wijnstok en wij allen zijn de ranken. Per definitie moeten de ranken één zijn met de stam, want van de stam komt de voeding voor de ranken, maar dat wil niet zeggen dat alle ranken exact aan elkaar gelijk hoeven te zijn, dat er geen kleine onderlinge verschillen in de ranken mogen zijn. Kijk maar naar de eerste lezing: Paulus en de Joodse apostelen volgden beiden de stam van Christus, maar op een iets andere manier. Toch waren beiden voor de ontwikkeling van het Christendom van even groot belang. Ook later waren alle  ranken niet gelijk: Er volgde in de twaalfde eeuw een schisma tussen de Romeinse christenen en de Byzantijnse christenen, de orthodoxie. Het is vandaag de zondag van de orthodoxie en we zien, mede dankzij onze paus, de toenadering tussen beide takken van Christendom. De katholieke en de orthodoxe benadering van ons geloof is niet gelijk, maar wel gelijkwaardig.

 

4

 

Wij allen, zoals we hier zitten, zijn ieder voor zich een rank aan die wijnstok die Christus is. Allemaal anders, met al onze fouten, met al ons falen. Maar het uitgangspunt van ons allemaal moet zijn het centrale geloofspunt “Bemin God, en je naasten als jezelf”. Als we dat doen blijven we als ranken aan de stam verbonden.

 

Amen

Vieringen

Zondag
10:30 uur: Liturgieviering. Dit kan afwisselend een eucharistie- of een woord en communieviering zijn. Zie hiervoor het liturgierooster,waar u ook nadere informatie vindt over de voorganger en het dienstdoende koor.

Contact

Parochie H.H. Martelaren van Gorcum
Linnaeushof 94
1098KT Amsterdam
Bereikbaar via voicemail op 020-6653830
E-mailadres:  secretariaat@hofkerk.amsterdam

 

U kunt ook het contactformulier gebruiken.