Overweging Frans Woortmeijer

Het Tekort Voorbij: De Paradox van Gods Overvloed

Mattheüs 14:13-21 en Jesaja 55:1-3

 

1.

Het handelen van de mens wordt van oudsher gekenmerkt door een diep geworteld besef van schaarste. Of het nu gaat om tastbaar fysiek brood, emotionele geborgenheid of spirituele zingeving; de angst dat er ‘niet genoeg’ is, regeert dikwijls ons handelen. Zowel in de profetische poëzie van Jesaja, als in het evangelie volgens Mattheüs wordt deze illusie van schaarste radicaal doorbroken. Als je deze twee schriftgedeelten naast elkaar zet, ontstaat een beeld waarin consumptie plaatsmaakt voor gemeenschap en verbinding, en waar de economie van de markt wordt omgebogen tot de economie van de genade.

2.

In het evangelieverhaal trekt Jezus zich per boot terug naar een eenzame, afgelegen plaats. Hij zoekt de stilte na het schokkende nieuws over de onthoofding van Johannes de Doper. De menigte laat Hem echter niet met rust en volgt Hem te voet. Wanneer de avond valt, worden de leerlingen onrustig. Hun reactie is door en door pragmatisch en marktgericht:

"Stuur de mensen weg, zodat ze naar de dorpen kunnen gaan om eten voor zichzelf te kopen."

De discipelen redeneren vanuit de logica van de wereld: wie honger heeft, moet kapitaal bezitten; wie zich in de wildernis bevindt, is op zichzelf aangewezen. De wildernis, de woestijn is in hun ogen een plek van leegte en potentieel gebrek.

Hiertegenover klinkt de stem van de profeet in Jesaja, die spreekt tot de ballingen in Babylon. Ook zij bevinden zich in een existentiële woestijn. Ze zijn vervreemd van hun thuisland en hebben geprobeerd hun honger te stillen met wat de Babylonische cultuur en economie hun bood. Jesaja confronteert hen met een indringende vraag:

"Waarom geld betalen voor iets dat geen brood is, je loon besteden aan wat niet verzadigen kan?"

Jesaja legt hier de vinger op een universele menselijke misvatting: de overtuiging dat we onze diepste honger kunnen afkopen. De profeet schetst een paradoxale marktplaats waar de wetten van vraag en aanbod zijn opgeheven: "Kom, koop voedsel zonder geld, koop wijn en melk zonder betaling." Dit is geen oproep tot gratis consumptie, maar een uitnodiging om binnen te treden in een fundamenteel andere realiteit: de realiteit van Gods onvoorwaardelijke presentie.

3.

Wanneer Jezus de pragmatische suggestie van de leerlingen ontkracht met de legendarische woorden "Dat hoeft niet. Geven júllie hun maar te eten", legt Hij de vinger op de wonde van hun ongeloof. De leerlingen kijken naar hun eigen bezit en tellen slinks: vijf broden en twee vissen. In hun optiek is dit een mathematische onmogelijkheid om een menigte van vijfduizend mannen, waarbij de vrouwen en kinderen niet worden meegeteld, te voeden.

Hier ontmoeten de profetie uit  Jesaja en het evangelie elkaar in het woord luisteren. Jesaja profeteert: "Luister aandachtig naar Mij, en je zult ruimschoots te eten hebben" en "Leen Mij je oor en kom bij Mij, luister, en je zult leven." Het wonder van de broodvermenigvuldiging begint exact op dat punt van gehoorzaamheid en overgave. Jezus vraagt niet om wat er niet is; Hij vraagt om wat er wel is, hoe marginaal ook: "Breng ze hier bij Mij." , zegt Hij over de paar broodjes en visjes.

In de handen van Jezus verandert de aard van het weinige. Wat als bezit werd vastgehouden (en dus ontoereikend was), wordt in de overgave aan God een bron van overvloed. Jezus neemt de broden, kijkt omhoog naar de hemel, spreekt het dankgebed uit, breekt het brood en geeft het aan de discipelen, die het op hun beurt aan de mensen geven. Het wonder voltrekt zich niet in een spectaculaire flits, maar gaandeweg, in het delen zelf.

4.

De maaltijd op die afgelegen plek is niet louter een logistieke oplossing voor een acuut hongerprobleem; het is een profetisch teken. Het herinnert aan het manna in de woestijn tijdens de uittocht uit Egypte, maar het wijst tegelijkertijd vooruit naar de eucharistie, het Laatste Avondmaal. De opeenvolging van handelingen in het evangelieverhaal — nemen, zegenen, breken, geven — is identiek aan de instellingswoorden van het Avondmaal.

Jesaja koppelt de gratis maaltijd van wijn, water en melk direct aan een historisch en theologisch fundament:

"Ik sluit met jullie een eeuwigdurend verbond, als blijvende bevestiging van mijn liefde voor David." In Mattheüs is Jezus de ultieme 'Zoon van David', de beloofde Koning die het ware verbond bezegelt. Het voedsel dat Jezus uitreikt, is daarom de vervulling van de belofte uit Jesaja. Het verzadigt niet alleen de maag, maar schenkt het leven in al zijn volheid ("luister, en je zult leven").

Het detail dat iedereen at en verzadigd werd, en dat er bovendien twaalf manden vol overschot werden opgehaald, is theologisch cruciaal. Het getal twaalf representeert de twaalf stammen van Israël. Gods overvloed reikt verder dan de directe behoefte van de aanwezigen; er is meer dan genoeg. Het overschot is het tastbare bewijs dat Gods genade niet karig is afgemeten, maar overstromend is.

5.

De verwevenheid van Mattheüs en Jesaja legt een diepe waarheid bloot die de historische context verre overstijgt. Beide teksten houden de mensheid een spiegel voor omtrent onze omgang met tekort en overvloed. Wij zijn dikwijls net als de discipelen: we staren ons blind op onze schaarse middelen en willen de hongerige ander het liefst doorverwijzen naar de markt om 'het zelf uit te zoeken'. Of we zijn als de ballingen uit Jesaja's tijd: we putten onszelf uit in een ratrace, betalend voor consumptieartikelen die onze diepste leegte niet kunnen vullen.

De wonderbare spijziging, bezien door de lens van Jesaja, nodigt uit tot een radicale omkering van het denken. Het leert ons dat overvloed niet schuilt in steeds meer bezit, maar in de bereidheid om het weinige dat we hebben in de handen van de Eeuwige te leggen en te delen. Waar de logica van de markt dicteert dat delen leidt tot vermindering, laat de logica van het Koninkrijk zien dat delen leidt tot vermenigvuldiging. Pas wanneer we ophouden met het kopen van wat niet verzadigen kan, en we durven te vertrouwen op het 'brood om niet', worden we werkelijk verzadigd. Amen.

Vieringen

Zondag
10:30 uur: Liturgieviering. Dit kan afwisselend een eucharistie- of een woord en communieviering zijn. Zie hiervoor het liturgierooster,waar u ook nadere informatie vindt over de voorganger en het dienstdoende koor.

Contact

Parochie H.H. Martelaren van Gorcum
Linnaeushof 94
1098KT Amsterdam
Bereikbaar via voicemail op 020-6653830
E-mailadres:  secretariaat@hofkerk.amsterdam

 

U kunt ook het contactformulier gebruiken.