Jezus Sirach 3, 2-6.12-14 Mt. 2, 13-15.19-23
Op deze eerste zondag na Kerstmis gaat onze aandacht naar de Heilige Familie. Maar anders dan met Kerstmis klinkt het evangelie vandaag allesbehalve idyllisch. Geen rustige stal en geen engelengezang, maar angst, dreiging en vlucht. De Heilige Familie is een familie op de vlucht. En dat alleen al maakt dit evangelie zo actueel.
Jozef krijgt in een droom de opdracht: “Sta op, neem het Kind en zijn moeder, en vlucht naar Egypte.” Hij staat op, midden in de nacht, en hij gaat. Zonder discussie, zonder garanties. Jozef is geen man van veel woorden, maar van gehoorzaamheid en verantwoordelijkheid. Hij beschermt wie hem is toevertrouwd, ook al weet hij niet hoe de weg zal lopen.
En zo leert de Heilige Familie ons dat heiligheid niet bestaat uit een probleemloos leven, maar uit trouw in moeilijke omstandigheden. Ook vandaag kennen veel gezinnen onveiligheid: door oorlog, armoede, ziekte, familiale spanningen en nog zoveel meer. Velen zijn letterlijk of figuurlijk op de vlucht voor geweld, voor prestatiedruk, voor verwachtingen die te zwaar wegen. En misschien vragen we ons af: Waar blijft God in al die moeilijke omstandigheden? Maar het evangelie leert ons dat Hij niet afwezig is in die kwetsbaarheid. Integendeel, Hij zendt zijn engel om Jozef de weg te wijzen naar de redding.
Misschien vragen wij ons ook af waar Maria staat in dat verhaal. Is ze afwezig? Nee, dat is ze niet, maar ze doet precies wat ze deed toen de engel haar de boodschap bracht dat zij de Moeder van Gods Zoon zou worden: ze aanvaardt, en ze gaat mee. En heel zeker doet ze wat ze altijd doet: ze bewaart in haar hart wat ze niet begrijpt en ze blijft trouw. En dat is vandaag voor veel ouders heel herkenbaar: ze kunnen niet alles voorzien, controleren en begrijpen. Zodat er maar één weg overblijft, en dat is liefhebben en loslaten. Zoals Jozef en Maria doen: liefhebben en aanvaarden wat ze niet begrijpen.
Van Jezus leren we dat zijn leven begint als een vluchteling. En dat roept de vraag op of wij Hem, Jezus, herkennen in al die gezinnen en vluchtelingen die aankloppen aan onze grenzen. Mensen die van huis en haard verdreven worden door natuur- en oorlogsgeweld. We denken als vanzelf aan de Oekraïne, aan Gaza en Israël, aan Soedan… en aan ál die mensen in zóveel andere landen ter wereld waar oorlogen woeden. Het jaar 2025 kenmerkt zich door een recordaantal mensen op de vlucht, wereldwijd ruim 122 miljoen. Allemaal mensen die hun thuis verloren hebben, die geen weg meer weten, die geen toekomst meer zien. Voelen wij mededogen en gastvrijheid als dat van ons wordt gevraagd?
Dichter bij huis kunnen we denken aan mensen die eenzaam zijn of ziek, aan hen die vanwege armoede aan de kant van de samenleving staan… Juist zij die het moeilijk hebben húnkeren naar licht en warmte, naar troost en nabijheid, naar een hoopvol perspectief.
Kerstmis vieren we, vierden we, bij voorkeur in de besloten kring van gezin, familie en vrienden. En dat is heel goed. Het is goed om te genieten van de sfeer en ook van lekker eten. Maar laat de diepere betekenis van het feest in godsnaam niét besloten blijven! Als wij ons volgelingen van Jezus willen noemen zullen we zijn geboorte, zijn komst als Licht in onze wereld, dienen op te pakken als een opdracht om ook zélf licht te brengen bij wie het moeilijk hebben om óns heen. En dat zijn er vélen! Hier ligt een opdracht voor ons allen. Heel in het bijzonder ook voor politici die het lot van velen kunnen bepalen. Als wij aandacht hebben voor de kwetsbaren in ónze tijd, dan laten wij Jezus niet in de kou staan zoals destijds bij zijn geboorte.
En ook dat brengt ons terug naar het verhaal. Jezus begint zijn leven niet alleen als een vluchteling, maar ook als een zwak en volledig afhankelijk kind. God openbaart zich in zijn persoon dus niet als een almachtige heerser, maar als een kind dat bescherming nodig heeft. En dat botst volledig met de wereld waarin we leven, want dat is een wereld waarin je moet streven naar macht en succes. Een wereld waarin je moet opkomen voor jezelf, en waar je alles en iedereen onder controle moet houden. En nu leert dat kwetsbare kind ons dat de echte kracht niet ligt in macht en succes, maar in relatie, in trouw, in liefde voor elkaar.
Dat komt ook tot uiting in de eerste lezing. Daarin spreekt de profeet Jezus Sirach over eerbied voor ouders en over zorg dragen voor elkaar. Dat kan vandaag moeilijk klinken, want niet elk gezin is een veilige plek, en is ook niet altijd vergelijkbaar met de Heilige Familie, want dat is een traditioneel gezin van man, vrouw en kind. En vandaag de dag zijn er ook heel veel andere gezinnen: eenoudergezinnen, man-man-gezinnen, vrouw-vrouw-gezinnen, gebroken gezinnen, nieuw samengestelde gezinnen. En zo zien we dat het gezin niet noodzakelijk onder één vorm bestaat, maar een roeping is, een weg van inzet, van groei, van aanvaarding, soms van genezing.
Beste mensen, de Heilige Familie spoort ons aan om in ons gezin, onze families, onze geloofsgemeenschap meer aandacht te hebben voor elkaar. Om open te staan voor elkaar, om te aanvaarden, en te vergeven als het nodig is. We kunnen ons daarbij spiegelen aan Jozef. Hij verliest de moed niet, hij neemt zijn verantwoordelijkheid op, ook als hij niet alles begrijpt.. En ook aan Maria kunnen we ons spiegelen. Aan haar trouw en haar vertrouwen, in alle omstandigheden. En zo herinnert de Heilige Familie ons eraan dat God woont waar mensen trouw blijven aan elkaar, waar liefde standhoudt in onzekerheid, waar men samen op weg blijft gaan. En waar wij mensen gastvrij en met open handen en een warm hart omzien naar de kwetsbare en behoeftige, ontheemde medemens, veraf en dichtbij.
Zo moge het zijn.
Elly Molenaar, met dank aan de website van de Dominicanen, orde der Predikbroeders, en de website van de Abdij van Berne.