Lezingen: Ezech. 33,7-9; Ps. 95; Rom. 13,8-10; Mat. 18,15-20 (A-jaar)
Broeders en zusters,
Vorige week lazen we hoe Jezus Zijn leerlingen voorbereidde op wat komen ging: Zijn lijden, dood en opstanding. Voor Petrus was dit moeilijk te vatten – hij wilde het zelfs voorkomen. Jezus wees hem terecht: "Jij denkt zoals mensen denken, niet zoals God denkt" (Matteüs 16:23). Petrus, en wij met hem, hebben de neiging om Gods plannen in onze eigen, beperkte kaders te willen passen.
Vandaag vervolgt Jezus Zijn onderricht. Hij bereidt Zijn leerlingen voor op hun toekomstige taak: hun zending als Hij niet meer fysiek in hun midden is. Twee weken geleden hoorden we nog hoe Hij Petrus de rots noemde waarop Hij Zijn Kerk zou bouwen (Matteüs 16:18). Vandaag gaat het over de Kerk als gemeenschap – een Kerk van verbondenheid, waarin alle gelovigen, ook wij hier vandaag, Jezus moeten volgen in alles wat we doen.
De Kerk als gemeenschap: één in Christus
Jezus spreekt in Johannes 15:5:
"Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken. Wie in Mij blijft, draagt veel vrucht, want zonder Mij kunnen jullie niets doen."
Paulus bouwt hierop voort in 1 Korintiërs 12:12-27: de Kerk is als een lichaam met veel ledematen, maar één geest. Ieder heeft een unieke rol, maar allemaal zijn we onmisbaar en met elkaar verbonden. Isolatie is geen optie – gemeenschap is essentieel voor groei en getuigenis.
Toch hoor ik wel eens: "Ik geloof wel, maar de Kerk heb ik niet nodig. Ik vertrouw op mijn band met God." Vaak is er een vertrouwensbreuk ontstaan met het instituut Kerk, misschien door een conflict met, zoals ik het eens hoorde uitdrukken, "het grondpersoneel". Maar als we die band met de Kerk als gemeenschap – zoals Jezus die ziet – loslaten, zal ons geloof op den duur verwateren. We zullen minder gevoed worden, en het geloof zal minder deel van ons leven uitmaken. Want we hebben de Kerk nodig om in gemeenschap vorm te geven aan wat God van ons vraagt.
Waarschuwen en liefhebben
In de eerste lezing hoort Ezechiël zijn zending als profeet: God stelt hem aan als wachter (Ez. 33:7). Zijn taak is niet om op de muren van de stad te staan, maar midden in de gemeenschap te waarschuwen en Gods woord te verkondigen. Ook wij zijn geroepen om onze naasten te waarschuwen als het mis dreigt te gaan – niet met oordeel, maar met liefde.
Paulus vult dit aan in de tweede lezing (Rom. 13:8-10): "De hele Wet is samengevat in dit één gebod: ‘Heb je naaste lief als jezelf.’" Liefde is de basis van alle geboden. Naastenliefde is geen optie, maar de kern van onze roeping als volgelingen van Christus.
De Kerk in actie: een oproep tot meer
De afgelopen week las ik de toespraak van minister Mirjam Sterk ter gelegenheid van de opening van het academisch jaar. Zij riep op tot een grotere en actievere rol van de kerken. Op zich is dat geen verkeerde oproep – Jezus vraagt ons immers om in de wereld te staan. Maar wat pijn deed, was het verwijt dat kerken nergens meer aanwezig zouden zijn en alleen maar kritiek zouden hebben op de politiek.
De pijn zat ’m in het tekort doen aan al die vrijwilligers in onze kerken: mensen die zich met hart en ziel inzetten voor naasten, armen, migranten en daklozen. En dat terwijl Mirjam Sterk, als domineesdochter en belijdend protestant, het beter had moeten weten – of in ieder geval beter had kunnen formuleren.
Toch had ze een punt. Niet in haar kritiek, maar in haar oproep: kerken moeten een grotere rol nemen. Niet om de gaten te vullen die de overheid laat liggen, maar als oprechte invulling van de zending van Christus. Als missionaire Kerk willen we zijn waar naasten ons nodig hebben.
Een blik in de spiegel
Laten we eens goed naar onszelf kijken: doen we genoeg? Kunnen we meer doen? Onze Caritas, Diaconie, PCI- en MOV-groepen kunnen zeker hulp gebruiken. Ja, we hebben te maken uitdagingen, met een krimpende Kerk, minder vrijwilligers. Maar we zijn gelukkig nog steeds met velen. We kunnen zeker meer.
God roept Ezechiël op als wachter over de gemeenschap. Zo roept Hij ook ons op: elkaar aan te spreken, uit te nodigen, maar vooral enthousiast te zijn over wat onze Kerk als gemeenschap kan betekenen in onze omgeving.
Jezus doet dat op Zijn eigen manier met Zijn leerlingen. Maar de gedachte, de zending, is dezelfde: Willen we echt leerlingen van Jezus zijn? Laten we dan oprecht Zijn vraag beantwoorden – en in actie komen.
Concrete verbondenheid
Jezus zegt in Mattheüs 25:
"Wat je voor een van deze kleinsten hebt gedaan, hebt u voor Mij gedaan."
En in Johannes 13:34-35:
"Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Hieraan zullen alle mensen weten dat jullie Mijn leerlingen zijn: als jullie liefde voor elkaar hebben."
Afsluiting: een opdracht
Als we straks, aan het eind van de Eucharistie, "Ga heen in vrede" zeggen, betekent dat niet: "Fijne dag en tot volgende week." Nee, het is een opdracht. Gesterkt door de Eucharistie, “Wij zijn één brood, één lichaam" (1 Kor. 19:17) die onze band als gemeenschap voedt. om de overwegingen van vandaag elke dag opnieuw in daden om te zetten.
Amen.