Bericht van Otheo
Met zijn eerste encycliek maakt paus Leo XIV zijn naam waar, verwijzend naar de auteur van Rerum novarum, de eerste sociale encycliek uit 1891. Destijds waren het de gevolgen van de industriële revolutie die de Kerk ertoe brachten om haar leer te verduidelijken in het licht van ontwrichtende veranderingen in de maatschappij. Het is duidelijk: De res novae (nieuwe dingen) van onze tijd zijn de toenemende digitalisering, artificiële intelligentie en robotisering.
In een notendop
In het tijdperk van artificiële intelligentie staat het voortbestaan van de mensheid zelf op het spel. Dat is het hele uitgangspunt van de encycliek en de reden voor ethische en theologische bezorgdheid. Het gaat er niet om de technologie af te wijzen, maar wel om te kiezen voor een gebruik dat de mens beschermt en niet voor één dat de mens ondermijnt. Daarvoor gebruikt de paus in zijn inleiding het beeld van de Toren van Babel.
Hoofdstukken 1 en 2 geven achtergrond bij hoe de tekst gelezen moet worden en waarom de Kerk zich bezighoudt met sociale uitdagingen als AI. De paus schuift geen set van regels voor, maar principes die iedereen kan delen, met de menselijke waardigheid als hét centrale criterium. De veranderingen die op ons afkomen, moeten (onder meer) afgewogen worden aan het algemeen belang, solidariteit en subsidiariteit. Tegenover de cultuur van macht en oorlog stelt de encycliek een beschaving van liefde voor, gebaseerd op gerechtigheid, dialoog en gedeelde verantwoordelijkheid.
In de hoofdstukken 3, 4 en 5 gaat hij dan dieper in op de kansen maar vooral ook bedreigingen van de gigantische technologie evoluties. 'De tekst kan pessimistisch klinken, maar het kwaad moet benoemd worden', schrijft de paus bij de beschrijving van wat AI betekent in de oorlogsvoering. Het zal niet verwonderen dat hij eindigt met een oproep tot verantwoordelijkheidszin van eenieder.
De encycliek opent met een sprekend beeld. ‘De mensheid staat voor de keuze: een nieuwe Toren van Babel of een heilige stad voor God en de mensen?
Directe en toegankelijke schrijfstijl
De tekst bestaat uit een inleiding, 5 hoofdstukken en een conclusie, alles samen een tachtigtal bladzijden. De schrijfstijl is zeer nuchter en to the point, zoals we paus Leo XIV inmiddels kennen. (Een van zijn voorgangers had hem zeker door Claude of ChatGPT moeten halen om er zo’n leesbare tekst van te maken, maar dit geheel terzijde.)
Hoe persoonlijk het thema deze paus aan het hart ligt, blijkt uit het feit dat hij heel vaak persoonlijk spreekt: ‘Ik roep iedereen op om …’, ‘Ik ben ervan overtuigd dat …’ Ook dat maakt de tekst heel direct en toegankelijk.
Hoofdstuk 1: Een dynamische benadering, trouw aan het evangelie
Wat in dit hoofdstuk meteen opvalt, is dat paus Leo de sociale leer van de Kerk niet presenteert als een pakket regeltjes of een ideologisch systeem dat van bovenaf wordt opgelegd aan de gelovigen, maar als een levende traditie. En een levende traditie is in staat om de geschiedenis te interpreteren in concrete omstandigheden.
Ze is uitdrukking van de eigen verantwoordelijkheid van de Kerk voor het algemeen belang. Die plaatst zich immers niet buiten de wereld, maar als compagnon van mensen onderweg. Het evangelie moet handen en voeten krijgen. Sinds Leo XIII heeft de sociale leer zich dynamisch ontwikkeld, niet om politieke of institutionele verantwoordelijkheden te vervangen, maar om een gemeenschappelijke onderscheiding mee mogelijk te maken.
Hoofdstuk 2: Fundamenten en principes van de kerkelijke sociale leer
De mens is geschapen naar het beeld van de Drie-ene God en geroepen tot gemeenschap. Deze mensvisie is het fundament van de sociale leer. Zijn waardigheid is onvervreemdbaar, vandaar de hoogste erkenning voor de mensenrechten. Ze zijn geen toegeving van de macht, maar eigen aan de mens.
De paus wijdt dan uit over de belangrijke principes van de sociale leer, waaronder het algemeen belang, niet de som van alle individuele belangen, maar iets relationeel, gekenmerkt door een sociaal leven dat verenigingen en hun leden de kans geeft om zich in alle rust helemaal te ontplooien. Een ander belangrijk principe is dat de rijkdom van de aarde toebehoort aan iedereen. En ook solidariteit: ‘Niemand kan zichzelf redden.’
Samen vormen een zestal principes het kader van de integrale menselijke ontwikkeling, die de groei van elke persoon bevordert in alle domeinen van het leven, ook spiritueel, sociaal en ecologisch.
Hoofdstuk 3: Technologie en dominantie. De waardigheid van de mens en de beloftes van AI
Verwacht in dit hoofdstuk geen overzicht van alle voor- en nadelen van AI. ‘Die zijn al uitgebreid behandeld in andere documenten, ook kerkelijke’, zo verwijst de paus onder meer naar Antiqua et Nova. Wel spitst hij zich toe op de verhouding tussen technologie, macht en de mensheid.
Allereerst stelt de paus dat technologische ontwikkeling een uitdrukking is van de menselijke creativiteit. Maar het is duidelijk dat er ook een risico aan verbonden is: het technocratische paradigma, dat elke realiteit herleidt tot wat meetbaar, berekenbaar en optimaliseerbaar is. De transformatie waar we vandaag voor staan, moet ons doen nadenken over de betekenis zelf van vooruitgang. ‘Machtiger is niet altijd beter’, stelt paus XIV in paragraaf 93.
De paus hamert op het grote verschil tussen artificiële en menselijke intelligentie. Omdat AI niet zelfstandig denkt en geen diepe persoonlijke ervaring opdoet, kan haar geen verantwoordelijkheid of morele beslissingen worden toevertrouwd. Die moeten altijd bij de mens blijven liggen. Zeker wanneer het gaat over leven en dood, zoals bij het gebruik van AI in oorlogssituaties. Vandaar het enorme belang van de transparante regulering van AI. Tien paragrafen zijn gewijd aan de nodige regulering.
Een uitspraak die tot een diepe reflectie mag leiden, is deze: ‘De mens bloeit niet op ondanks zijn beperkingen, maar vaak juist door zijn beperkingen heen.’ (118)
De mens bloeit niet op ondanks zijn beperkingen, maar vaak juist door zijn beperkingen heen.
De paus waarschuwt in het bijzonder voor transhumanisme en posthumanisme, waarbij de grens tussen mens en robot vervaagt. Hier komen we tot de kernvraag van de encycliek: ‘Wat betekent het om de mensheid te bewaren?’ De paus doorprikt enkele beloftes van AI. ‘Ongebalanceerde technologische macht maakt ons niet sterker, maar meer geïsoleerd en kwetsbaar voor overheersing.’
Dat leidt hem tot de cruciale paragrafen van de encycliek (118-130): een beschouwing over de mens en zijn limieten, die vaak als pijnlijk worden ervaren, maar die zo belangrijk zijn voor de menselijke ervaring. ‘Christelijk humanisme verwerpt technologische vooruitgang niet, maar [...] grondt ze in een hogere roeping.’

Hoofdstuk 4: De menselijke dimensie bewaren in de digitale transformatie: waarheid, werk en vrijheid
Op drie vlakken staat de menselijke dimensie op het spel: waarheid, werk en vrijheid. Die domeinen diept de paus sterk uit in het langste van de 5 hoofdstukken. De crisis van waarheid door fenomenen als fake news zetten de democratie op losse schroeven. ‘Waarheid is een gemeenschappelijk goed, niet het bezit van enkelingen.’ (137) In paragraaf 138 bedankt de paus journalisten die onrecht en misbruik in de Kerk aanklaagden. ‘Ook christelijke gemeenschappen zijn geroepen tot transparantie en helaas was dit niet altijd het geval.’ De paus staat hier ook stil bij de rol van AI in het onderwijs en de grote verantwoordelijkheid van scholen.
Automatisering kan grote groepen mensen zonder werk zetten en zo instabiliteit en uitsluiting creëren. ‘Arbeiders worden vaak gedwongen om zich aan te passen aan de snelheid van machines, in plaats van dat machines ontworpen worden om mensen te helpen.’ Als efficiëntie het belangrijkste criterium wordt, kan arbeid zijn menselijke en relationele waarde verliezen. We kunnen de economie niet meer alleen overlaten aan de vrije markt, vindt de paus. De politiek heeft hier een belangrijke rol te spelen. De paus wijdt hier ook uit over het familieleven. ‘Families zijn een gemeenschappelijk goed.’ De staat heeft de taak moet werkgelegenheid bevorderen, omdat waardig werk zo belangrijk is voor het familieleven.
Ook onze vrijheid staat onder druk en wel door digitale verslavingen en nieuwe vormen van sociale controle door het verzamelen van massa’s data. ‘Aan de basis van deze problemen ligt een technocratische en posthumanistische mentaliteit die de mens beschouwt als een object dat gemanipuleerd mag worden en een bron van inkomsten om te optimaliseren.’ (172) Negen paragrafen wijdt de paus vervolgens aan ‘het verbreken van de ketenen van moderne slavernij’. Daarbij herhaalt hij in paragraaf 176 ook de kerkelijke excuses voor haar aandeel in de historische slavernij.
Hoofdstuk 5: De cultuur van macht en de beschaving van liefde
In dit hoofdstuk staat de paus stil bij de meest dramatische consequentie van ongebalanceerde technologische macht: de ‘tragische kwestie van oorlog’. Technologie maakt beslissingen over dood en leven almaar sneller en onpersoonlijker en presenteert geweld als de evidente oplossing. Er ontstaat een machtscultuur, waarin de bescherming van burgers ondergeschikt is aan de strategische logica. De paus stelt duidelijk: ‘Geen algoritme kan oorlog moreel aanvaardbaar maken.’ (198)
De theorie van de rechtvaardige oorlog is achterhaald.
Paus Leo XIV
MH 192
Maar het ligt niet alleen aan de technologie, meent hij. ‘De machtscultuur komt ook voort uit een crisis van het multilaterale systeem.’ Instituties (zoals de Verenigde Naties) zijn verzwakt en dat ligt volgens de paus voor een stuk aan ‘het gebrek aan gedeelde wil om ze te ondersteunen, te hervormen en hun morele autoriteit te erkennen’. Het brengt de paus tot de stelling: ‘Vrede is een test voor de morele rijpheid van volkeren.’ (182) Er bestaat bovendien niet zoiets als ‘rechtvaardige oorlog’, schrijft de paus. ‘Die theorie is achterhaald, [want] al te vaak is ze gebruikt om elk soort oorlog te rechtvaardigen.’ (192)
We moeten niet denken dat de wreedheden van de 20ste eeuw niet opnieuw kunnen gebeuren, want ‘dezelfde dynamieken duiken weer op’. ‘Men doet het voorkomen alsof het onverantwoordelijk is om je niet voor te bereiden op oorlog, maar ik zou zeggen dat die Realpolitiek pas echt onverantwoordelijk is, dat politieke realisme dat doet alsof oorlog onvermijdelijk is en vrede voorstelt als utopisch of irrationeel. Vrede is daarentegen geen naïeve hoop noch enkel de afwezigheid van oorlog, maar altijd een mogelijke vrucht van gerechtigheid en liefde.’ (205)
De paus beseft dat zijn situatieschets pessimistisch kan overkomen, maar ‘het kwaad moet bij naam genoemd worden’.
De paus beseft dat zijn situatieschets pessimistisch kan overkomen, maar ‘het kwaad moet bij naam genoemd worden’. In de laatste 19 paragrafen van het hoofdstuk stelt paus Leo XIV remedies voor: ‘We kunnen allemaal ons deel doen.’ Met name: onze woorden ontwapenen, bouwen aan gerechtigheid, kijken door de bril van slachtoffers, een gezond realisme cultiveren … eindigend met ‘bidden en hopen’. Voor de grote spelers legt hij de nadruk op dialoog en diplomatie.
Conclusie: Het Woord is vlees geworden, ook vandaag
‘Op het einde van deze reflectie, zou ik een sober maar veeleisend programma van christelijk leven willen voorstellen, waarmee we onze weg kunnen vinden door dit tijdperk in het licht van het evangelie.’ Zo begint de paus zijn hoopgevende conclusie na een toch wel dramatische maar helaas realistische analyse van onze tijd.
Het Woord is vlees geworden. Die christelijke ervaring geldt ook vandaag. De volheid van het menselijke bestaan komt niet van technische macht – of de eliminatie van beperkingen door robotica – maar van een relatie op basis van vrijheid, liefde en genade.
‘Als gelovige onder gelovigen nodig ik iedereen uit om in het gelaat van Gods Zoon en grootsheid van de mensheid te contempleren, die ook straalt in dit tijdperk van AI.’ (233) De paus roept op om trouw te blijven aan die waarheid en verantwoordelijkheid op te nemen ‘in de werkplaats van onze tijd’: investeren in onderwijs, ‘te beginnen met onszelf’; relaties cultiveren; houden van rechtvaardigheid en vrede.
Hij besluit met een beschouwing bij het ‘lied van hoop’, het Magnificat van Maria. ‘Machtigen stoot Hij van hun troon en Hij verheft de geringen.’
Overgenomen uit https://www.otheo.be/







